Sociaal-cultureel volwassenenwerk Amateurkunsten Lokaal Cultuurbeleid Participatiebeleid Circus in Vlaanderen Vlaamse Gebarentaal Internationaal Tewerkstelling Beleidsdocumenten Begroting
Onderzoek
Medailles en Nationale Orden Publicaties

Vaak gestelde vragen




De bibliotheek, het gemeentelijk cultuurbeleid en het cultuurcentrum

Wanneer wordt de subsidie voor de bibliotheek, cultuurcentrum of gemeentelijk cultuurbeleid uitbetaald?

Tot en met het subsidiejaar 2015 wordt er één voorschot van 60% uitbetaald aan de gemeente. Dit zal gebeuren voor 30 juni van het gesubsidieerde jaar. Het jaar nadien volgt de uitbetaling van het saldo (40%). Dit gebeurt uiterlijk op 30 november.
Bij de uitbetaling zijn volgende principes van toepassing:

  • altijd uitbetaling op de rekening van de gemeente (dus nooit aan verzelfstandigde entiteiten)
  • één uitbetaling per gemeente, in een brief aan het college van burgemeester en schepenen zal de opsplitsing van de subsidie per werksoort worden toegelicht
Vanaf het subsidiejaar 2016 werd de subsidie overgeheveld naar het Gemeentefonds en wordt het uitbetalingsregime van het Gemeentefonds gevolgd.

Is er nog een specifiek actieplan, jaarverslag of beleidsplan voor de bibliotheek, het cultuurcentrum of het gemeentelijk cultuurbeleid opmaken?

Nee, alle beleidsplanning verloopt vanaf 2014 via de Gemeentelijke Meerjarenplanning. Het is dus voor de Vlaamse overheid niet nodig om nog een eigen beleidsplan op te maken. Uitzondering: de Brusselse gemeenten maken nog wel een cultuurbeleidsplan of een bibliotheekbeleidsplan op. Meer info hierover lees je in de rubriek subsidievoorwaarden bij Brusselse Gemeenten.


Zijn er nog personeelsvoorwaarden (bv. inschaling, diplomavereisten) van toepassing in het decreet Lokaal Cultuurbeleid om in aanmerking te komen voor subsidie?

Voor de Vlaamse gemeenten zijn er geen voorwaarden meer van toepassing.

De Brusselse gemeenten daarentegen moeten in het kader van het gemeentelijk cultuurbeleid beschikken over een cultuurbeleidscoördinator, ingeschaald op het gemiddeld niveau van het leidinggevend cultuurpersoneel (minimaal B-niveau). De bibliotheek moet worden geleid door een voltijds aangestelde bibliothecaris of maximaal twee deeltijds aangestelde bibliothecarissen, die samen minstens één voltijds equivalent uitmaken (aangesteld in A- of B-niveau).


Is een beheersorgaan nog verplicht en hoe moet het worden samengesteld?

Een beheersorgaan blijft verplicht. De wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt (Cultuurpact) blijft immers van toepassing. Deze wet regelt ook de samenstelling van beheersorganen.

Er zijn vier mogelijkheden:
a beheersorgaan met vertegenwoordigers van de politieke fracties, bijgestaan door vaste commissie van advies met vertegenwoordigers van de gebruikers en filosofische en ideologische strekkingen
b gemengd beheer: zowel vertegenwoordigers van de gebruikers, de filosofische en ideologische strekkingen als vertegenwoordigers van de politieke fracties in de gemeenteraad
b+ zoals b, maar aangevuld met maximaal 1/3 gecoöpteerde deskundigen
c beheer alleen door vertegenwoordigers van de gebruikers of specialisten

De keuze van de samenstellingsvorm is een bevoegdheid van de gemeente. Let op: al naargelang de gekozen vorm van verzelfstandiging zijn bepaalde formules meer of minder aangewezen.


Kan de gemeente subsidie verkrijgen voor de bouw of verbouwing van de bibliotheek, het cultuurcentrum of het gemeenschapscentrum?

Neen, sinds de oprichting van het investeringsfonds, dat nadien vervangen werd door het gemeentefonds, moet de gemeente voor de bouw en verbouwing van deze instellingen een beroep doen op de middelen uit het gemeentefonds. Er bestaat geen aparte subsidiëring meer.

De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

Wordt de inbreng volledig gesubsidieerd, ook als elke deelnemende gemeente aan een samenwerkingsverband € 0,33 per inwoner inbrengt?

Ja, zolang de totale inbreng de € 82 500 (te indexeren) per jaar niet overschrijdt. Bedraagt de gezamenlijke jaarlijkse intergemeentelijke inbreng meer dan € 82 500, dan wordt het subsidiebedrag tot dit bedrag beperkt.


Moeten de deelnemende gemeenten verplicht jaarlijks € 0,33 per inwoner inbrengen?

Nee, de gemeenten kunnen jaarlijks minder dan € 0,33 inbrengen, maar de jaarlijkse subsidie zal dan tot dit bedrag worden beperkt. Het maximale bedrag per samenwerkingsverband is alleszins € 82 500.


Wat wordt er bedoeld met een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid?

Voor de samenwerkingsverbanden die nu opgericht worden, is het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking van toepassing. Er bestaan drie vormen van samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid:

  • de projectvereniging
  • de dienstverlenende vereniging
  • de opdrachthoudende vereniging

De projectvereniging is de eenvoudigste vorm van een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid. Voor meer informatie betreffende het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking: contacteer het Agentschap voor Binnenlands Bestuur (nieuw venster).