Sociaal-cultureel volwassenenwerk Amateurkunsten Lokaal Cultuurbeleid Participatiebeleid Circus in Vlaanderen Vlaamse Gebarentaal Internationaal Tewerkstelling Beleidsdocumenten Begroting
Onderzoek
Medailles en Nationale Orden Publicaties

Decreet 2017




Tot en met 31 december 2017 is de regelgeving uit het Decreet van 4 april 2003 van toepassing.


Krachtlijnen

Vanaf 1 januari 2018 treedt het nieuwe decreet Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk in werking. Dit decreet vervangt het bestaande decreet van 4 april 2003 en biedt het sociaal-cultureel volwassenenwerk de mogelijkheid om soepeler in te spelen op de maatschappelijke uitdagingen van de hedendaagse samenleving.

De krachtlijnen van het nieuwe decreet zijn:

  • het sociaal-cultureel volwassenenwerk als belangrijke civiele actor erkennen;
  • sociaal-culturele volwassenenorganisaties ondersteunen die sociaal-culturele praktijken ontwikkelen in de vrije tijd van mensen waarin mensen en groepen worden aangesproken in één of meerdere bestaansdimensies en levenssferen;
  • sterker inzetten op sociaal-culturele participatie;
  • kiezen voor een open benadering met stimulansen voor vernieuwing, innovatie en kwaliteit door: een functiegerichte benadering; een vlottere in- en uitstroom van organisaties; een dynamisch financieel kader; projectsubsidies; sociaal-cultureel ondernemerschap mogelijk te maken.
  • een sterk kwalitatieve benadering inbouwen;
  • verduidelijking van de rollen van het sociaal-cultureel volwassenenwerk beklemtonen;
  • opereren op drie niveaus: sociaal-culturele volwassenenorganisaties met een werking voor het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, sociaal-culturele volwassenenorganisaties met een werking binnen een specifieke regio en sociaal-culturele volwassenenorganisaties- of initiatieven met een bovenlokaal karakter.

Een belangrijke verandering ten opzichte van het decreet van 2003 is de afschaffing van de werksoorten, meer bepaald het onderscheid tussen verenigingen, bewegingen en vormingsinstellingen. Organisaties en praktijken krijgen op die manier de kans om eigen formats en hybride organisatievormen te ontwikkelen in functie van hun zoektocht naar antwoorden op maatschappelijke uitdagingen.

Sociaal-culturele organisaties met werking in Vlaanderen (en Brussel)

Per beleidsperiode kan de Vlaamse Regering subsidies toekennen aan sociaal-culturele volwassenenorganisaties die een werking ontplooien in het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of aan sociaal-culturele organisaties die een werking ontplooien in het Nederlandse taalgebied.

Over welke werking gaat het?

De Vlaamse Regering wil de volgende organisaties ondersteunen: sociaal-culturele volwassenenorganisaties die vanuit een civiel perspectief en met respect voor de gemeenschappelijke sokkel van waarden, fundamentele rechten en vrijheden, een betekenisvolle bijdrage leveren aan de emancipatie en dialoog van mensen en groepen én aan de versterking van een duurzame, inclusieve, solidaire en democratische samenleving door sociaal-culturele participatie en gedeeld burgerschap van volwassenen te bevorderen en gedeelde samenlevingsvraagstukken tot publieke zaak te maken. Hiervoor ontwikkelen en verspreiden zij praktijken die hierop een werkend antwoord kunnen bieden.

Om in aanmerking te komen, dient de organisatie een subsidieaanvraag in.

De jaarlijkse minimumsubsidie-enveloppe bedraagt 150.000 euro. Indien een organisatie ook tijdens de voorafgaande beleidsperiode gesubsidieerd werd, kan de subsidie maximaal 25% stijgen of dalen ten opzichte van de subsidie-enveloppe voor het laatste werkjaar. Er is een uitzondering voor organisaties die maximaal 260.000 euro subsidie ontvingen: in dit geval is de stijging beperkt tot 65.000 euro.

Sociaal-culturele organisaties met werking in specifieke regio's

Per beleidsperiode kan de Vlaamse Regering subsidies toekennen aan sociaal-culturele volwassenenorganisaties die een werking ontplooien in specifieke regio's. Per regio (of voor verschillende regio's samen) wordt één sociaal-culturele volwassenenorganisatie gesubsidieerd.

Over welke regio's gaat het?

  • het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
  • de arrondissementen Antwerpen, Mechelen, Turnhout, Halle-Vilvoorde, Leuven, Aalst-Oudenaarde, Sint-Niklaas-Dendermonde, Gent-Eeklo, Brugge, Ieper-Veurne-Oostende, Kortrijk-Roeselare-Tielt
  • de provincie Limburg

Deze organisaties zijn pluralistisch en ontwikkelen een sociaal-culturele werking rond de vier functies. Het is van belang dat de werking zich richt op sociaal-culturele participatie van iedereen binnen de regio en dit binnen het bereik brengt van zo veel mogelijk inwoners met een doordachte werking naar specifieke gemeenschappen, doelgroepen en kansengroepen. De werking moet afgestemd zijn op de culturele en maatschappelijke context van de regio, inzetten op wat relevant is voor de regio en ook zo veel als mogelijk complementair zijn aan de werking van andere spelers.

Alleen de op basis van het decreet van 4 april 2003 erkende en gesubsidieerde volkshogescholen kunnen een subsidieaanvraag indienen.

De jaarlijkse subsidie-enveloppe bedraagt per sociaal-culturele volwassenenorganisatie een equivalent van zoveel maal 1,7 euro als er inwoners zijn in de betrokken regio of regio's en minimaal 600.000 euro.

Projectsubsidies

Per beleidsperiode kan de Vlaamse Regering subsidies toekennen voor projecten aan sociaal-culturele volwassenenorganisaties met werking in Vlaanderen en Brussel en aan sociaal-culturele volwassenenorganisaties met werking in specifieke regio's.

De projecten moeten een bovenlokaal karakter hebben. Een project moet opgebouwd zijn vanuit minstens twee sociaal-culturele functies en inzetten op het doel van het decreet. Bovendien moet het project ofwel de laboratoriumrol vervullen, d.w.z. in maatschappelijke innoverende praktijken experimenteren met nieuwe maatschappelijke spelregels als antwoord op complexe samenlevingsvraagstukken, ofwel een expliciete bijdrage leveren aan een actuele maatschappelijke uitdaging dat door de Vlaamse Regering op de agenda wordt geplaatst.

De projectsubsidies kunnen vanaf 2018 worden toegekend. Een projectsubsidie kan toegekend worden voor een looptijd van maximaal drie opeenvolgende jaren.

Overgangsperiode

1. Beleidsperiode 2016-2020

Organisaties die subsidies ontvangen volgens het decreet van 2003, moeten rekening houden met de volgende indiendata:

2018 : indienen voor 1 april

  • voortgangsrapport 2017/2018-2019
  • financieel verslag 2017-2018
  • beleidsrelevante gegevevens 2017
2019 : indienen voor 1 april
  • financieel verslag 2018-2019
  • beleidsrelevante gegevevens 2018
2019 : indienen uiterlijk 31 december
  • subsidieaanvraag 2021-2025
2020 : indienen voor 1 april
  • financieel verslag 2019-2020
  • beleidsrelevante gegevevens 2019

De documenten moeten ingediend zijn voor 1 april, dat wil zeggen ten laatste op 31 maart om 00:00 uur. Na dit moment kunnen geen documenten meer ingediend worden. Het niet tijdig indienen van een volledig voortgangsrapport kan een stopzetting, vermindering of terugvordering van de subsidie tot gevolg hebben.

Indienen van bovengenoemde documenten gebeurt in KIOSK. Gesubsidieerde organisaties ontvingen hierover in oktober 2017 een brief en toegangscode.

 

2. Voortgangsrapport 2017-2018-2019

Overeenkomstig artikel 67 van het decreet van 2017 dient de sociaal-culturele volwassenenorganisatie die gesubsidieerd wordt op basis van het decreet van 4 april 2003 uiterlijk op 31 maart 2018 een laatste voortgangsrapport in bij de administratie. Dit voortgangsrapport geeft een stand van zaken over de uitvoering van het beleidsplan in 2017 en biedt een vooruitblik op de geplande uitvoering van het beleidsplan in de periode van 2018 tot en met 2020. Overeenkomstig artikel 55 van het uitvoeringsbesluit, dat op 14 juli 2017 voor een eerste keer principieel werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering, hanteert de administratie voor het indienen van dit voortgangsrapport een model.

Volgens dit model bestaat het voortgangsrapport 2017/2018-2020 uit twee luiken:

1) Een stand van zaken van en een vooruitblik op de doelstellingen 2016-2020 De organisatie beschrijft in welke mate de doelstellingen uit het beleidsplan 2016-2020 in 2017 gerealiseerd werden en wat ze in 2018, 2019 en 2020 zal doen om de doelstellingen te realiseren.

Indien een actie (project, vorming, campagne) bij verschillende doelstellingen thuishoort, licht u de actie slechts één keer uitvoerig toe en verwijst u er bij de andere doelstellingen gericht naar.

2) Een zelfevaluatie op basis van de beoordelingselementen en de bepalingen met betrekking tot de uitkering van de subsidies in artikel 45, §2, §3 en §4 van het decreet van 4 april 2003.

In een afzonderlijke rubriek maakt de organisatie in functie van de visitatie een kritische zelfevaluatie van de werking op basis van de beoordelingselementen en de bepalingen met betrekking tot de uitkering van de subsidies in artikel 45, §2, §3 en §4 van het decreet van 4 april 2003. Indien uw organisatie een zwakte of bedreiging vaststelt, verwacht de administratie dat u in deze rubriek acties formuleert die hieraan tegemoet komen.

3. Jaarlijkse financiële verslagen

Overeenkomstig artikel 46 van het uitvoeringsbesluit bij het nieuw decreet bezorgt de sociaal-culturele volwassenenorganisatie jaarlijks voor 1 april een financieel verslag bestaande uit:

  • afrekening van het voorbije jaar
  • balans van 31 december van het voorbije jaar
  • verslag van een erkende accountant of bedrijfsrevisor die niet betrokken is bij de dagelijkse werking van de organisatie, met commentaar bij de waarheidsgetrouwe weergave van de afrekening en de balans
  • begroting van het komende jaar;
  • overzicht van de individuele bezoldigingen, waarin de totale loonkosten per werknemer vermeld worden

Als de rechtspersoon waarin de sociaal-culturele volwassenenorganisatie is ondergebracht naast de werking waarvoor hij met toepassing van het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk een werkingssubsidie ontvangt, nog andere activiteiten organiseert, moet de werking die betrekking heeft op de subsidie in de boekhouding apart identificeerbaar zijn. Bij het financiële verslag wordt in voorkomend geval een aparte afrekening gevoegd die betrekking heeft op de werking waarvoor de sociaal-culturele volwassenenorganisatie met toepassing van het voormelde decreet een werkingssubsidie ontvangt.

Voor de documenten van het financieel verslag gebruikt u deze modellen:

4. Visitaties

De werking van organisaties die voor de beleidsperiode 2016-2020 een subsidie ontvangen in het kader van het decreet van 2003 wordt geëvalueerd door visitatiecommissies. Hiervoor werd in het decreet van 2017 een aantal overgangsbepalingen opgenomen.

Als de voortgangsrapporten 2017/2018-2020 zijn ingediend worden de nodige voorbereidingen getroffen voor de visitaties, die zullen plaats vinden van april tot en met december 2018.

Via een bezoek ter plaatse evalueert de visitatiecommissie de werking:

  • Aan de hand van het beleidsplan 2016-2020, de voortgangsrapporten, de jaarlijkse begroting, de financiële verslagen, de algemene informatie en gegevens met betrekking tot de werking
  • Aan de hand van kwantitatieve gegevens met betrekking tot de werking
  • Op basis van de beoordelingselementen, zoals bepaald in art. 60 §3 tot en met § 8 van het decreet van 2017 en met betrekking tot de uitkering van de subsidies in art. 45 § 2 tot en met § 4 van het decreet van 2003

Adviescommissie Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk

De Adviescommissie Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk wordt aangesteld door de Vlaamse Regering. Haar taak is een visie en methodiek ontwikkelen om het gemeenschappelijk beoordelings- en visitatiekader te verfijnen en kwaliteitsvol uit te voeren. De commissie ontwikkelt, in functie van de start van de visitaties door de visitatiecommissies in april 2018, een visitatie- en beoordelingsprotocol voor de beleidsperiode 2016-2020. Later zal de adviescommissie het proces van de inhoudelijke en zakelijke beoordeling door visitatie- en beoordelingscommissies evalueren en voorstellen tot bijsturing formuleren.

De adviescommissie is voor de periode 2017-2021 als volgt samengesteld:

  • An Kint ( Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg)
  • Lode Vermeersch (Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving - HIVA)
  • Joris Piot (KHLeuven/UCLL - Sociale School Heverlee)
  • Hilde Sels (Thomas More Hogeschool - cel kwaliteit)
  • Yves Rosseel (Kenniscentrum ARhus, vzw Het Portaal Roeselare, Innovatief Platform Levenslang & Levensbreed Leren)
  • Piet Callens (Hefboom vzw, Brussel)
  • Britt Dehertogh (Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen, departement gezondheid en welzijn)
  • Jessy Siongers (Universiteit Gent Vakgroep Sociologie, Onderzoeksgroep CuDOS; Vrije Universiteit Brussel Vakgroep Sociologie, Onderzoeksgroep TOR)
  • Sofie Taghon (Departement Cultuur, Jeugd en Media, afdeling Sociaal-Cultureel Werk)