Sociaal-cultureel volwassenenwerk Amateurkunsten Lokaal Cultuurbeleid Participatiebeleid Circus in Vlaanderen Vlaamse Gebarentaal Internationaal Tewerkstelling Beleidsdocumenten Begroting
Onderzoek
Medailles en Nationale Orden Publicaties

DAC-regularisatie

Op 29 maart 2000 werd het Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA) voor de Social Profitsector afgesloten, met als doel optimaliseren van het statuut van werknemers in de Vlaamse sociaal-culturele sector. Hiertoe werden collectieve arbeidsovereenkomsten afgesloten met betrekking tot de subsidiëring van de loonharmonisatie (eindejaarspremie, loonvoorwaarden en anomalieën), extra verlof, vorming en managementondersteuning. Het VIA-akkoord voorzag ook in de regularisatie van enkele tewerkstellingsprogramma’s.

Eén van deze programma’s, het Derde Arbeidscircuit of DAC, ontstond begin jaren ‘80 om de toenmalige hoge werkloosheid te bestrijden, en om tegelijkertijd het tekort aan arbeidskrachten in de social-profitsector in te vullen. Laaggeschoolde werklozen werden ingeschakeld in de social-profitsector door hen een gesubsidieerd DAC-contract aan te bieden. Twintig jaar later waren deze zogenaamde DAC’ers wel een volwaardig deel van deze sector. Maar hoewel ze intussen dezelfde taken uitvoerden als hun collega’s, ressorteerden zij nog steeds onder dit speciaal statuut. Zij kregen bijgevolg niet dezelfde loon- en arbeidsvoorwaarden. Tot zij door het VIA-akkoord van 29 maart 2000 werden geregulariseerd:

  • Op 1 januari 2002 zijn de landelijke initiatieven en/of hun regionale en lokale afdelingen die door de Vlaamse overheid erkend zijn, geregulariseerd.
  • In een tweede fase, met ingang van 1 juli 2002, werden alle DAC-projecten in het jeugdwerkbeleid van provinciale of lokale overheden (jeugdhuizen en jeugdcentra) en Werking Kansarme Jeugd die op het ogenblik van de decentralisatie in 1994 nog een band hadden met de administratie, geregulariseerd.
  • Op 1 januari 2003 ten slotte waren de DAC-projecten bij sportverenigingen, resterende lokale jeugdorganisaties en lokale sociaal-culturele organisaties aan de beurt.

Op 7 mei 2004 werd deze regeling vastgelegd in een decreet houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector. Dat decreet bepaalt eveneens dat de arbeidsplaatsen van geregulariseerde DAC-werknemers die na de regularisatie uit dienst zijn gegaan, kunnen worden herverdeeld binnen de sector waarin ze tewerkgesteld waren.

In het recente verleden werden nog een aantal maatregelen van inpassing in het reguliere beleid genomen. De oorspronkelijke lijst van geregulariseerde DAC-projecten kan voor de sector van het sociaal-cultureel volwassenenwerk opgesplitst worden in initiatieven met een landelijk karakter enerzijds en al de overige anderzijds. Deze opsplitsing is van belang voor het verdere verloop van de verankering van deze projecten – en de eraan verbonden financiële middelen – in een structurele regelgeving.

De projecten die geen landelijk karakter hebben, worden gesubsidieerd volgens artikel 38 van het decreet van 8 januari 2008 houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport. Voor de projecten met landelijke karakter werd in overleg met de sector en de sociale partners een herverdeling uitgewerkt – die intussen gekend is als de 'DAC-normalisering voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk' en die bekrachtigd werd in een besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011.

Betekenis van de regularistatie

  • de DAC-ers verwerven een volwaardige arbeidsovereenkomst
  • de lonen van de DAC-ers worden geharmoniseerd
  • de DAC-projecten worden ingeschoven in het reguliere sociaal-cultureel beleid

Gesubsidieerde initiatieven

In 2014 werden 234,88 VTE gesubsidieerd. Hiervoor ontvangen de organisaties 11 723 330,24 euro.
Hiervan ging 7 588 567,65 euro naar de landelijke initiatieven (PDF) en 4 134 762,59 naar de lokale organisaties (PDF).

Adressen

Hier vind je de adressen van de landelijke (.xls) en de lokale initiatieven (.xls).