Toelichting en achtergrondinformatie

Het decreet houdende de ondersteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid en de bepaling van het provinciaal jeugdbeleid werd op 6 juli 2012 bekrachtigd door de Vlaamse Regering. Dit decreet treedt, naargelang van het artikel, in werking op 30 oktober 2012, 1 januari 2013 en 1 januari 2014.



Afstemming op het planlastendecreet

Het decreet houdende de ondersteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid en de bepaling van het provinciaal jeugdbeleid is afgestemd op de bepalingen van het planlastendecreet. Het planlastendecreet beoogt een sterke planlastenverlichting voor de lokale besturen. Er worden minder plan- en rapporteringsverplichtingen opgelegd aan de lokale besturen. Zo verdwijnen de aparte gemeentelijke en provinciale beleidsplannen (jeugdbeleidsplan, cultuurbeleidsplan, sportbeleidsplan, …). In de plaats komt een geïntegreerd meerjarenplan, dat tijdens het eerste jaar van de legislatuur moet worden opgemaakt en een looptijd heeft van 6 jaar.

Het eerste meerjarenplan moet worden opgemaakt in 2013 en omvat de beleidsperiode 2014-2019. Het meerjarenplan bevat de krachtlijnen van het geplande beleid op de verschillende beleidsdomeinen. Het lokale bestuur bepaalt zelf het aantal beleidsdomeinen dat ze wil gebruiken en hoe deze beleidsdomeinen zijn samengesteld. Een beleidsdomein wordt samengesteld uit verschillende beleidsvelden. Zo zou er voor jeugdbeleid een apart beleidsdomein jeugd kunnen zijn, of zou jeugd een beleidsveld kunnen vormen binnen een beleidsdomein vrije tijd, cultuur of welzijn…

Afstemming op een bepaling over de aanvullende tewerkstelling in de culturele sector

Het betreft de uitvoering van artikel 9 van het decreet van 7 mei 2004 houdende de aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector. Dat bepaalt dat de vrijgekomen plaatsen in het gemeentelijk jeugdwerkbeleid herverdeeld moeten worden in een volgende beleidsplanperiode. Aangezien er in de beleidsperiode 2011-2013 geen herverdeling heeft plaatsgevonden voor de lokale en regionale geregulariseerde DAC-werknemers, wordt dit in het nieuwe decreet geregeld en uitgevoerd met ingang van de beleidsperiode 2014-2019.

Duidelijkheid over de rol van de provincies

In het decreet wordt ook duidelijkheid gecreëerd over de toekomstige rol van de provincies op het vlak van jeugdbeleid. De bevoegdheden van de provincies werden vastgelegd op basis van een inventaris van het provinciale jeugdbeleid, die in nauw overleg met de provinciebesturen werd opgemaakt. Daarnaast vormen ook het vernieuwde provinciedecreet en het witboek Interne Staatshervorming de basis voor de provinciale taakstelling, zoals ze in dit decreet is opgenomen.

Beleidsprioriteiten

Voor de periode 2014-2019 zijn er drie prioriteiten voor het jeugdbeleid, ten behoeve van het jeugdwerk, voorzien:

  1. de ondersteuning van het jeugdwerk in algemene zin
  2. de bevordering van de participatie aan het jeugdwerk van kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties
  3. het voeren van een beleid om de aandacht voor jeugdcultuur te verhogen

De eerste twee prioriteiten zijn verankerd in het decreet (artikel 4, § 1). De derde prioriteit is opgenomen in het uitvoeringsbesluit van 9 november 2012 houdende de bepalingen van de Vlaamse beleidsprioriteiten van het gemeentelijk jeugdbeleid (artikel 3). De Vlaamse Regering kan de prioriteiten na drie jaar eventueel aanpassen. Dat geldt vooral voor de derde prioriteit die in het uitvoeringsbesluit werd opgenomen.

De Vlaamse overheid legt in het decreet de algemene voorwaarden vast om op de prioriteiten in te tekenen. Naast de algemene voorwaarden zijn er per prioriteit nog een aantal extra voorwaarden, die in het uitvoeringsbesluit van 9 november 2012 worden bepaald.

Jeugdraad - Prijs Jeugdgemeente van Vlaanderen

Er wordt voor gekozen de jeugdraad opnieuw te verankeren in het decreet lokaal jeugdbeleid. De oprichting van een jeugdraad of de erkenning van een al bestaande jeugdraad door de gemeenteraad is dus een voorwaarde om gesubsidieerd te kunnen worden.
Ook de toekenning van de prijs Jeugdgemeente van Vlaanderen wordt in dit decreet opgenomen. Met de prijs kan de Vlaamse overheid een gemeentebestuur bekronen voor de inspanningen dat het geleverd heeft ten voordele van kinderen en jongeren.

Waarom twee uitvoeringsbesluiten?

In oktober 2012 werd aan de Raad van State een spoedadvies gevraagd over het (oorspronkelijke) ontwerp van uitvoeringsbesluit bij decreet lokaal jeugdbeleid. De Raad van State ging akkoord met de motivering voor een spoedadvies, maar alleen voor de bepalingen over de Vlaamse beleidsprioriteiten (art. 2 tot 4 van het uitvoeringsbesluit). Daarover bracht hij dus een spoedadvies uit. De Raad van State zag echter niet in waarom ook spoedadvies werd gevraagd over de andere bepalingen.

Gevolg: twee aparte uitvoeringsbesluiten
  • een eerste over de Vlaamse beleidsprioriteiten, dat op 9 november definitief werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Dit besluit regelt de beleidsprioriteiten en de verdeling van de middelen.
  • een tweede over de andere bepalingen, dat op 21 december definitief werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering (dus pas na een nieuwe adviesvraag aan de Raad van State). Dit besluit bevat bepalingen over de wijze van plannen en rapporteren, de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de tweejaarlijkse prijs voor de 'jeugdgemeente van Vlaanderen'.

Teksten decreet en uitvoeringsbesluiten

Zie rubriek 'Decreet en uitvoeringsbesluiten'