Aansprakelijkheid van bestuurders en van leden van de algemene vergadering van een vzw




Wanneer zijn bestuurders van een vzw persoonlijk aansprakelijk?


Algemeen principe: bestuurder is niet persoonlijk aansprakelijk

Het algemeen uitgangspunt is dat bestuurders van een vzw in de uitoefening van hun functie enkel de vzw verbinden en normaal gezien niet persoonlijk aansprakelijk zijn.

Elke vzw beschikt immers over een rechtspersoonlijkheid. Dit houdt in dat de vzw wordt beschouwd als een afzonderlijke entiteit met rechten en verplichtingen. Zo kan een vzw verbintenissen aangaan en in rechte optreden, zonder dat de leden persoonlijk worden aangesproken. Wat de bestuurders van de vzw doen met betrekking tot de vzw wordt onmiddellijk aan deze laatste aangerekend via de lastgevingstechniek. De vzw is aansprakelijk voor de fouten of tekortkomingen van haar bestuurders en leden. Er bestaan echter een aantal belangrijke uitzonderingen.

Uitzondering 1: contractuele aansprakelijkheid tegenover de vzw

Tussen bestuurders en de vzw bestaat er een contract waarop de beginselen van de lastgevingsovereenkomst van toepassing zijn. De bestuurder van de vzw moet zijn taak vervullen als een goede huisvader. Hij moet het vermogen van de vzw beheren op dezelfde manier als een normaal vooruitziende en zorgvuldige persoon in dezelfde omstandigheden zou doen. Doet hij dit niet dan kan de vzw hem ter verantwoording roepen en zelfs schadevergoeding eisen. Het is wel aan de vzw om aan te tonen dat de bestuurder in de vervulling van zijn opdracht is tekort geschoten.

Mag een bestuurder dan geen enkele fout maken?

De beoordeling van de aansprakelijkheid van de bestuurder gebeurt door een rechter. Hij zal nagaan of een vooruitziende en zorgvuldige bestuurder geplaatst in dezelfde omstandigheden op dezelfde manier zou gehandeld hebben. De bestuurder beschikt dus over een zekere appreciatiemarge: hij heeft recht op vergissing. Bovendien zal een bestuurder die gratis zijn diensten ter beschikking stelt van de vzw minder streng worden beoordeeld dan een bestuurder die loon ontvangt.

Voorbeelden van fouten bij het stellen van handelingen zijn o.m.:
  • Verbintenissen aangaan waarvan de bestuurder wist of diende te weten dat de vzw ze niet kon uitvoeren.
  • Uitgaven doen die buiten de door de algemene vergadering gestemde begroting vallen.
  • Contracten aangaan onder ongunstige of nadelige voorwaarden.
Voorbeelden van fouten bij het nalaten van handelingen zijn o.m.:
  • Het nalaten van het aanvragen van subsidies.
  • Een onjuiste factuur niet tijdig protesteren.
  • Onvoldoende toezicht uitoefenen op de afgevaardigd bestuurder of gebrek aan toezicht op de personen aan wie men delegeerde.
  • Het niet vervolgen van een solvabele schuldenaar die niet betaalt.

Uitzondering 2: aansprakelijkheid tegenover derden

Wanneer de bestuurder van een vzw een fout maakt waardoor een derde schade lijdt, kan de derde ervoor kiezen de vzw aansprakelijk te stellen of de individuele bestuurder (eventueel samen met de vereniging) aan te spreken op grond van een onrechtmatige daad.

In dit geval moet diegene die schadevergoeding wenst te bekomen bewijzen dat:
  • de bestuurder een fout maakte in de zin van een onrechtmatige daad,
  • er schade is,
  • er een oorzakelijk verband is tussen de onrechtmatige daad en de schade.
Wat is een onrechtmatige daad?

Een onrechtmatige daad is ofwel een inbreuk op een wettelijke norm (in de brede zin, dus ook inbreuk op reglementen, decreten, ...), ofwel een inbreuk op de algemene zorgvuldigheidsplicht. Dit laatste houdt in dat de rechter zal nagaan of een normaal, bekwaam, voorzichtig bestuurder geplaatst in dezelfde omstandigheden op dezelfde manier zou gehandeld hebben. Het uitgangspunt is dat de lichtste fout volstaat. De zwaarte van de fout is dus niet relevant: een inbreuk op een wettelijke norm of op de algemene zorgvuldigheidsplicht volstaat.

Wie zijn derden?

Dit zijn al diegenen die niet in een contractuele relatie staan met de bestuurder van de vzw. Zij kunnen wel in een contractuele relatie staan met de vzw. Bijvoorbeeld: (onbetaalde) schuldeisers en leveranciers, personeel, klanten, moeder- en dochter- vzw's, personeel, collega-bestuurders van de vzw, maar ook de leden van de VZW.

De mogelijkheid voor de derde om de bestuurders te dagvaarden op grond van de onrechtmatige daad, belet niet dat de derde toch de vzw dagvaardt en niet de bestuurders. De vzw is immers aansprakelijk voor de fouten van haar organen. In dit geval kan de vzw op haar beurt een vordering instellen tegen de bestuurder, aangezien hij of zij ten aanzien van de vzw aansprakelijk is voor bestuursfouten.

Uitzondering 3: strafrechtelijke aansprakelijkheid

Indien een bestuurder misdrijven pleegt in de uitoefening van zijn mandaat, kan hij of zij hiervoor strafrechtelijk gesanctioneerd worden én burgerlijk aansprakelijk gesteld worden door de vzw en/of derden. Een voorbeeld hiervan is valsheid in geschriften.

Kwijting

De kwijting is de juridische techniek waarbij de bestuurders officieel van hun aansprakelijkheid voor het beleid (dat ze voerden over een bepaalde periode, meestal het afgelopen boekjaar) en de gevolgen ervan zoals ze dit voorstelden aan de algemene vergadering bij de presentatie van de jaarrekening worden ontheven. Alleen de algemene vergadering is hiervoor bevoegd.

De kwijting dekt normaal alleen de contractuele aansprakelijkheid inzake fouten van de bestuursleden aangegaan tegenover de vzw (eerste uitzondering). De kwijting geldt dus niet voor de aansprakelijkheid tegenover derden (tweede uitzondering) en heeft ook geen invloed op de strafrechtelijke aansprakelijkheid (derde uitzondering).

Termijn van aansprakelijkheid

Het ontslag van een bestuurder leidt niet automatisch tot het einde van zijn aansprakelijkheid.

Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering

Bestuurders kunnen zich indekken voor eventuele bestuursfouten door het afsluiten van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. De verzekeringspolis wordt aangevraagd door de vzw en wordt genomen op naam van de vzw. In België gebeurt het zeer zelden dat de polis wordt onderschreven door de verzekerden-bestuurders zelf.

Mogelijke uitsluitingen bij een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering:
  • opzet
  • fraude of fouten met een frauduleus karakter
  • boetes en andere financiële gevolgen op strafrechtelijk vlak
  • zware en gekarakteriseerde fouten of zgn. grove schuld
  • niet-intentionele schending van strafwetgeving
  • overtredingen van wetgeving van openbare orde
  • aansprakelijkheid in een andere hoedanigheid

Wanneer zijn leden van de algemene vergadering van een vzw persoonlijk aansprakelijk?

Wanneer we spreken over de leden van de vzw, moeten we een onderscheid maken tussen effectieve leden en niet-effectieve leden.

Effectieve leden zijn alle mensen die in het door de vzw-wet opgelegde register voorkomen en stemrecht hebben op de algemene vergadering. Het zijn de werkelijke, volwaardige leden (ook wel actieve of werkende leden genoemd).

Niet-effectieve leden zijn de toegetreden leden. Ze zijn wel lid van de vereniging, maar participeren niet in het beleid. De toegetreden leden hebben enkel die rechten en verplichtingen die hen uitdrukkelijk zijn toegekend in de statuten of het huishoudelijk reglement.

Alleen effectieve leden kunnen tegenover de vzw of tegenover derden aansprakelijk worden gesteld.

Aansprakelijkheid tegenover de vzw

Aansprakelijkheid tegenover derden

Aansprakelijkheid tegenover de vzw

De effectieve leden van de vzw zijn tegenover de vzw enkel aansprakelijk voor de door hen concreet aangegane verbintenissen, zoals het betalen van lidgeld of de betaling van goederen afgenomen diensten of goederen binnen het kader van de vzw.

Gebeurt dit niet, dan kan de vzw, overeenkomstig het algemeen geldende contractenrecht, het lid doen veroordelen, hetzij tot uitvoering in natura (betaling van het lidgeld, ...), hetzij tot het betalen van een schadevergoeding.

Aansprakelijkheid tegenover derden

De medecontractant van een vzw is in principe nooit contractueel verbonden met de leden van de vzw. De leden zijn tegenover derden dus niet persoonlijk aansprakelijk voor de verbintenissen van de vzw. Dit is een gevolg van de rechtspersoonlijkheid van de vzw. Toch zijn ook hier enkele uitzonderingen.

Persoonlijk aansprakelijk voor handelingen vóór de oprichting van de vzw

In principe zijn de toekomstige leden persoonlijk aansprakelijk en persoonlijk gebonden indien zij vóór de oprichting van de vzw bepaalde handelingen stellen, zoals het openen van een bankrekening, de huur van een gebouw, het aanwerven van personeel, enz. Leden blijven persoonlijk aansprakelijk indien de vzw binnen de twee jaar na het ontstaan van de verbintenis geen rechtspersoonlijkheid heeft verkregen en de vzw de verbintenissen niet heeft overgenomen binnen zes maanden na het verkrijgen van de rechtspersoonlijkheid.

Niet vermelden van vzw-gegevens op vzw-documenten

Leden kunnen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld wanneer zij optreden in naam van de vzw en verbintenissen aangaan, maar de gegevens voorgeschreven door de vzw-wet niet vermelden op de documenten die uitgaan van de vzw.

Onechte vzw

Als de vzw-vorm wordt misbruikt voor het (hoofdzakelijk) uitoefenen van commerciële activiteiten en men herkent in deze onechte vzw een handelsvennootschap, kunnen de leden persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. In een handelsvennootschap zijn de vennoten immers hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk.

Gemeen aansprakelijkheidsrecht

Leden blijven persoonlijk aansprakelijkheid op basis van het gemeen aansprakelijkheidsrecht (aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad).

Volledige wettekst vzw-wetgeving

Alle wetteksten, koninklijke besluiten en ministeriële besluiten van de vzw-wetgeving kunnen geraadpleegd worden op de website van het Vlaams studie- en documentatiecentrum voor vzw's (nieuw venster).