27.06.2017 | Overdracht provinciale taken en bevoegdheden: maatregelen voor jeugd

ProvinciesVanaf 1 januari 2018 zijn de provincies niet langer bevoegd voor de persoonsgebonden bevoegdheden, zoals cultuur, jeugd, welzijn en sport. Sinds de goedkeuring van het decreet over de vernieuwde taakstelling van de provincies, zijn er verschillende concrete stappen gezet naar een definitieve overdracht van de provinciale instellingen, taken en bevoegdheden.

Om een duurzame overdracht te bereiken, wordt 2018-2019 een overgangsperiode waarin verschillende maatregelen voor jeugd het waardevolle regionale jeugdwerkveld ondersteunen. Ook voor het culturele veld worden overgangsmaatregelen voorzien.

1. Werkingsmiddelen continueren in 2018 en 2019

Organisaties die werkingssubsidies voor jeugdwerk ontvangen van de provincies of op naam in de provinciale begrotingen van 2014 staan en in het kader van de vernieuwde taakstelling van de provincies worden overgeheveld naar de Vlaamse overheid, zullen een facultatieve subsidie ontvangen van de Vlaamse overheid in 2018 en 2019. Deze organisaties moeten zich via de online applicatie KIOSK van het Departement Cultuur, Jeugd en Media registreren vanaf 1/11/2017. Organisaties die in 2014 aanvullende subsidies op Vlaamse decreten ontvingen, kunnen blijven rekenen op deze bijkomende middelen in de lopende subsidieperiode via hun enveloppes binnen de Vlaamse decreten en hoeven verder niets te doen.

De subsidiëring in de overgangsjaren 2018 en 2019 heeft als referentiejaar 2014.

Een overzicht van de betrokken organisaties vind je op de pagina stand van zaken afslanking provincies. De lijsten staan per provincie onderaan op de pagina.

Voor bepaalde taken ontvingen een aantal organisaties middelen van de provincies op basis van een aanbesteding of overeenkomst. Die maken geen deel uit van de subsidielijsten, maar worden momenteel nog volop in kaart gebracht.

2. Decreet bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen

De Vlaamse Regering hechtte op 14 juli 2017 haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van 'decreet bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen'. Met het decreet wordt vanaf 2020 jeugdwerk ondersteund dat niet gericht is op de hele Vlaamse Gemeenschap, maar wel inspeelt op prioriteiten van de Vlaamse overheid. Het decreet bundelt verschillende subsidielijnen en ondersteunt vooral jeugdwerk dat zich focust op het realiseren van een jeugdwerkaanbod voor álle kinderen en jongeren.

Over dit voorontwerp van decreet wordt het advies ingewonnen van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, de Vlaamse Jeugdraad en de sociale partners. Daarna gaat het voor advies naar de Raad van State.

Subsidielijnen

Het decreet bundelt verschillende subsidielijnen en is gericht naar vier groepen van initiatiefnemers:

  • geprofessionaliseerde jeugdhuizen die inspelen op prioriteiten van het Vlaamse jeugdbeleid
  • geprofessionaliseerd jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren
  • bovenlokaal jeugdwerk met kinderen en jongeren met een handicap
  • intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die de samenwerking en de netwerking stimuleren tussen de lokale besturen en de jeugdverenigingen binnen hun werkingsgebied.

De ondersteuning van bovenlokaal jeugdwerk met kinderen en jongeren met een handicap en van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden zijn opdrachten die de Vlaamse overheid opneemt naar aanleiding van de nieuwe taken van de provincies.

Krachtlijnen

De krachtlijnen van het decreet zijn:

  • een meerjarige structurele ondersteuning bieden aan verenigingen die inspelen op prioriteiten van het Vlaamse jeugdbeleid of die een bovenlokale werking ontplooien
  • via projectsubsidies de mogelijkheid bieden aan verenigingen om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen
  • de administratieve last voor de initiatiefnemers laag houden
  • een complementair beleid voeren t.a.v. de lokale besturen.

Timing

Het decreet zal gefaseerd in werking treden.Voor de subsidielijn 'bovenlokaal jeugdwerk met kinderen en jongeren met een handicap' worden in 2018 en 2019 overgangsmaatregelen voorzien en start de financiering op basis van dit decreet op 1 januari 2020. Voor de subsidielijn rond intergemeentelijke samenwerkingen worden er drie jaar overgangsmaatregelen voorzien en start de financiering op basis van dit decreet op 1 januari 2021.

3. Uitbouw netwerk 'Jeugdwerk voor allen'

Vanaf 2018 zal ingezet worden op de uitbouw van een Vlaams netwerk dat instaat voor het ontwikkelen van een vraaggestuurd aanbod naar lokale besturen en verenigingen rond het thema inclusie. Hiermee wordt een vervolg geven aan het beleid dat de voorbije jaren werd ontwikkeld om kinderen en jongeren met een handicap of in een maatschappelijk kwetsbare situatie zoveel mogelijk te laten deelnemen aan het jeugdwerk.

4. Voeren van een flankerend beleid

Naast het ontwikkelen van een subsidiebeleid, zullen er de komende jaren ook middelen vrijgemaakt worden voor het voeren van een flankerend beleid. De Vlaamse overheid gaat hierbij enerzijds zelf initiatieven nemen, zoals het voeren van een nabijheidspolitiek of het opnemen van de regiefunctie van het netwerk 'Jeugdwerk voor Allen'. Anderzijds zal ze ook jeugdwerkpartners ondersteunen die actief zijn op het Vlaams en bovenlokaal niveau. Wat de Vlaamse jeugdwerkpartners betreft, zullen hierover afspraken worden gemaakt in het kader van de nieuwe subsidieovereenkomsten die worden gesloten voor de periode 2018-2020/2021.

5. Overdracht provinciaal jeugdverblijf Hanenbos naar de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme

Vanaf 1 januari 2018 wordt het jeugdverblijf Hanenbos in Dworp het derde centrum onder het beheer van de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme, naast Destelheide en De Hoge Rielen.

6. Aandacht voor jongerencultuur in het 'transitiereglement voor de subsidiëring van culturele projecten met een regionale uitstraling'

Eén van de maatregelen binnen cultuur is het transitiereglement voor de subsidiëring van culturele projecten met een regionale uitstraling. Het transitiereglement moet de subsidiëring van culturele projecten die het lokale niveau overstijgen, waarborgen in 2018 en 2019. Het reglement vormt een complementaire poot van het Vlaams cultuurbeleid, naast het lokale en landelijke cultuurbeleid.

Om in aanmerking te komen, moeten projecten gelieerd zijn aan kunsten, cultureel erfgoed, circus, lokaal cultuurbeleid, sociaal-cultureel volwassenenwerk, amateurkunsten of een combinatie hiervan. Ook culturele initiatieven met bovenlokale ambities die zich richten naar jongeren, denk aan pop- en rockconcours of andere initiatieven die podiumkansen voor jongeren creëren, kunnen subsidies aanvragen binnen dit reglement. Alleen feitelijke verenigingen en rechtspersonen (privaatrechtelijk en publiekrechtelijk) met een niet-commercieel karakter kunnen een subsidieaanvraag indienen.

7. Meer informatie

Nog vragen? Neem dan contact op met het Departement Cultuur, Jeugd en Media via e-mail: overgangsmaatregelenprovincies@cjsm.vlaanderen.be