Subsidies
Landelijk georganiseerde jeugdverenigingen Cultuureducatieve verenigingen Verenigingen informatie en participatie Politieke jongerenbewegingen Experimentele projecten Projectoproepen Jeugdhuizen Internationale projecten Jeugdverblijfcentra Brede school Organisaties kansengroepen Grootschalige jeugdevenementen Verenigingen met bijzondere opdracht Tewerkstelling
Lokaal en bovenlokaal jeugdbeleid Kadervorming en attesten Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid Kinderrechten Internationale samenwerking Uitleendienst Kampeermateriaal Begroting Onderzoek Beleidsdocumenten Fiscale aftrek kinderopvang Publicaties Parlementaire vragen en initiatieven

In de kijker

03.01.2017 | Subsidiëring politieke jongerenbewegingen vervalt in 2017

Vanaf 2017 komen politieke jongerenbewegingen niet langer in aanmerking voor subsidiëring op basis van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid. Ze kunnen wel nog erkend worden op basis van dat decreet. Politieke jongerenbewegingen die momenteel gesubsidieerd worden op basis van het decreet, worden per 1 januari 2017 erkend. Ze blijven erkend zolang ze aan de erkenningsvoorwaarden voldoen.

De wijzigingen die hiertoe nodig zijn in het decreet van 20 januari 2012 (onder meer van artikel 15), worden geregeld via het programmadecreet 2017 (voluit het 'decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2017), via de artikelen 18 tot en met 21. Daarin worden ook de nieuwe erkenningsvoorwaarden bepaald. Het programmadecreet 2017 werd op 22 december 2016 aangenomen door het Vlaams Parlement.

Toelichting

Gelet op de huidige en bestaande partijfinanciering is een aparte subsidiëring van politieke jongerenorganisaties niet langer noodzakelijk. Naar aanleiding van de opmaak van het decreet van 20 januari 2012 adviseerde de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC) al om de subsidiëring van politieke jongerenbewegingen stop te zetten.

"De subsidiëring van politieke jongerenbewegingen wordt uitdrukkelijk gelinkt aan het stimuleren van participatie “in de werking van een welbepaalde politieke partij”. Met dit gegeven voor ogen, is het voor de SARC duidelijk dat de subsidiëring van politieke jongerenbewegingen een taak is voor politieke partijen. We verwijzen naar de politieke vormingsinstellingen voor volwassenen die destijds, toen de overheidsfinanciering van de politieke partijen een feit werd, binnen de partijstructuren werden ondergebracht. Vanaf dat moment werden de partijen zelf verantwoordelijk om hun eigen kaders te vormen. Waarom dan nu niet de lijn doortrekken en de politieke partijen de verantwoordelijkheid geven om jongeren te sensibiliseren en te stimuleren om aan politiek te doen en te participeren in de werking van hun partij." (advies dd.12 juni 2012)

Wel kunnen politieke jongerenbewegingen nog erkend worden op basis van het decreet van 20 januari 2012. Op die manier komen zij nog in aanmerking voor specifieke tarieven voor jeugdorganisaties in verblijfcentra en dergelijke. Bovendien kunnen vertegenwoordigers van politieke jongerenbewegingen zich op die manier ook kandidaat stellen voor lidmaatschap van de Vlaamse Jeugdraad.

De definitie van "politieke jongerenbeweging" blijft behouden. De eis inzake een minimaal werkingsvolume vervalt. Ze wordt vervangen door een bepaling over een minimaal aantal leden.

Politieke jongerenbewegingen kunnen uitsluitend op basis van het gewijzigde artikel 15 van het decreet worden erkend. Het is immers niet de bedoeling dat de politieke jongerenbewegingen in de toekomst een aanvraag zouden doen voor erkenning en subsidiëring op basis van artikel 9, 10 of 11 van het decreet.

Politieke jongerenbewegingen die momenteel gesubsidieerd werden op basis van het decreet van 20 januari 2012 worden per 1 januari 2017 erkend. Ze blijven erkend zolang ze aan de erkenningsvoorwaarden voldoen.