Subsidies
Lokaal jeugdbeleid Landelijk georganiseerde jeugdverenigingen Cultuureducatieve verenigingen Verenigingen informatie en participatie Politieke jongerenbewegingen Experimentele projecten Projectoproepen Jeugdhuizen Internationale projecten Jeugdverblijfcentra Brede school Organisaties kansengroepen Grootschalige jeugdevenementen Verenigingen met bijzondere opdracht Tewerkstelling
Kadervorming en attesten Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid Kinderrechten Internationale samenwerking Uitleendienst Kampeermateriaal Begroting Onderzoek Beleidsdocumenten Fiscale aftrek kinderopvang Publicaties Parlementaire vragen en initiatieven

Historiek



 

Eerste vorm van subsidiëring

Sinds augustus 2001 subsidieert de Vlaamse overheid projecten rond participatie en informatie voor de jeugd. Hiermee kwam ze tegemoet aan een doelstelling uit het eerste Vlaamse jeugdwerkbeleidsplan: "Er is duidelijk nood aan de uitwerking van eigentijdse en gedifferentieerde participatietechnieken, uitwisseling van de al bestaande methodieken, doorstroming van de verzuchtingen en behoeften naar de bevoegde beleidsniveaus, terugkoppeling vanuit de beleidsniveaus en informatie naar het jeugdwerk toe." In de periode 2001-2002 werden projecten participatie en informatie gesubsidieerd op basis van een subsidiereglement.

Decretale verankering sinds 2002

Op 29 maart 2002 werd het decreet op het Vlaamse jeugdbeleid door de Vlaamse Regering bekrachtigd. Daarin werden de nieuwe regels vastgelegd voor de subsidiëring van het landelijk jeugdwerk, het experimenteel jeugdwerk, internationale projecten, jeugdculturele initiatieven, Jint, het Steunpunt Jeugd, de Jeugdraad voor de Vlaamse Gemeenschap en ook van de informatie-, communicatie- en inspraakprojecten voor de jeugd.

Vanaf januari 2003 werden projecten initiatieven ‘participatie en informatie’ gesubsidieerd op basis van hoofdstuk 5 van het decreet van 29 maart 2002. Het decreet voorzag ook in de mogelijkheid om aan verenigingen die werken rond participatie, communicatie en informatie, een erkenning en subsidie voor drie jaar te geven.

Evolutie van het aantal gesubsidieerde verenigingen

Voor de eerste beleidsperiode 2004-2006 dienden 11 verenigingen een beleidsplan in. In totaal kregen 9 verenigingen een erkenning als vereniging ‘participatie- en informatie’. Voor de periode 2005-2007 kreeg 1 organisatie een erkenning, wat het totaal op 10 erkende verenigingen bracht.

Voor de beleidsperiode 2007-2009 dienden acht van de negen erkende organisaties een tweede beleidsplan in. Delta vzw diende geen beleidsplan is. Die vereniging was in het voorjaar 2006 al volop bezig met de overschakeling van haar werking naar het Vlaams Informatiepunt Jeugd vzw, een ondersteuningsorganisatie voor het jeugdinformatiebeleid. De beleidsnota's 2007-2009 van de 8 al erkende verenigingen werden allemaal goedgekeurd. Verder kregen in deze beleidsperiode 9 nieuwe organisaties een erkenning als vereniging ‘participatie en informatie’. Dat viel gedeeltelijk te verklaren door de overgang van drie kinderrechtenorganisaties van het beleidsdomein welzijn naar het jeugdbeleid. Bovendien heroriënteerden een aantal landelijk georganiseerde organisaties die maar moeizaam de erkenningsnorm behaalden, zich ook vaak als vereniging ‘participatie en informatie’.

In maart 2007 dienden 3 verenigingen een beleidsnota 2008-2010 in, waarvan er 2 werden goedgekeurd. Voor één vereniging betekende dat een verlenging van de subsidiering. De andere organisatie maakte succesvol de overstap van experimenteel jeugdwerkinitiatief naar vereniging ‘participatie en informatie’. Voor de beleidsperiode 2009-2011 werd 1 nieuwe vereniging erkend, wat het totaal vanaf 2009 op 18 verenigingen brengt.

Jeugdbeleidsplan 2006-2009 leidt tot nieuw decreet

In het tweede Vlaams jeugdbeleidsplan 2006-2009 werd de wijziging van het decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid aangekondigd. Twee decreten moesten worden samengevoegd:

  • het decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid, zoals gewijzigd bij decreet van 8 juli 2005
  • het decreet van 15 juli 1997 houdende de instelling van het kindeffectrapport en de toetsing van het regeringsbeleid aan de naleving van de rechten van het kind.

Op 18 juli 2008 werd het decreet houdende het voeren van een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid bekrachtigd. Dat decreet voorziet, wat participatie en informatie betreft, in de volgende subsidiemogelijkheden:

  • werkingssubsidies voor verenigingen 'participatie en informatie'. De verenigingen kunnen een driejaarlijkse subsidie aanvragen, op basis van een beleidsnota
  • projectsubsidies voor verenigingen of instellingen die een project rond participatie van of informatie voor en over de jeugd opzetten.

Vanaf 2013: decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid

Op 1 januari 2013 trad het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid in werking.

Om te worden gesubsidieerd als vereniging informatie en participatie moet een vereniging een of meer van de volgende doelstellingen vervullen:

  1. een kwaliteitsvol informatieaanbod voor of over de jeugd of over de rechten van kind maken of overbrengen
  2. participatieprocessen van de jeugd in het beleid van overheden of instellingen begeleiden, met als doel de jeugd te betrekken bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van het beleid van overheden of instellingen
  3. mediaproductie door en over de jeugd begeleiden.

Het decreet maakt bovendien een onderscheid tussen subsidiëring en erkenning.

  • Het systeem van subsidiëring is bedoeld als eenmalige opstapmogelijkheid naar een volwaardige erkenning. In beide gevallen ontvangt de vereniging jaarlijks een vaste basissubsidie.
  • Een vereniging die kiest voor subsidiëring, moet drie modules realiseren, een vereniging die kiest voor een erkenning, zes modules.
  • Zowel bij subsidiëring als bij erkenning kan een vereniging ervoor kiezen ook een beleidsnota in te dienen. In dat geval komt de vereniging in aanmerking voor bijkomende variabele subsidies.

Daarnaast kunnen aan de verenigingen informatie en participatie die een werkingssubsidie ontvangen, ook projectsubsidies worden toegekend. Alleen projecten die inspelen op ontwikkelingen of opportuniteiten die niet konden worden voorzien bij het opstellen van de beleidsnota en die voor de vereniging een bijzonder karakter hebben, komen in aanmerking voor subsidiëring.