Subsidies
Landelijk georganiseerde jeugdverenigingen Cultuureducatieve verenigingen Verenigingen informatie en participatie Politieke jongerenbewegingen Experimentele projecten Projectoproepen Jeugdhuizen Internationale projecten Jeugdverblijfcentra Brede school Organisaties kansengroepen Grootschalige jeugdevenementen Verenigingen met bijzondere opdracht Tewerkstelling
Lokaal en bovenlokaal jeugdbeleid Kadervorming en attesten Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid Kinderrechten Internationale samenwerking Uitleendienst Kampeermateriaal Begroting Onderzoek Beleidsdocumenten Fiscale aftrek kinderopvang Publicaties Parlementaire vragen en initiatieven

Integrale toegankelijkheid van infrastructuur in de jeugdsector

(jeugdhuizen, jeugdbewegingslokalen en lokalen van werkingen voor maatschappelijk kwetsbare jongeren)


Oprachtgever Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen, afdeling Jeugd
Uitvoerder Enter vzw, Vlaams toegankelijkheidsbureau
Periode Januari tot oktober 2011
Eindrapport Eindrapport onderzoek integrale toegankelijkheid jeugdinfrastructuur (PDF 7,5 Mb)

 

Onderzoek toegankelijkheid jeugdinfrastructuurResultaten onderzoek

Van januari tot oktober 2011 voerde Enter vzw, het Vlaams Expertisecentrum Toegankelijkheid, een onderzoek naar de integrale toegankelijkheid van de infrastructuur in de jeugdsector (jeugdhuizen, jeugdbewegingslokalen en lokalen van werkingen voor maatschappelijk kwetsbare jongeren).

Uit dat onderzoek kwamen een aantal interessante conclusies naar voor:

  • Toegankelijkheid is meer aan de orde dan verwacht, zeker als toegankelijkheid ruimer wordt bekeken dan enkel voor rolstoelgebruikers en louter het fysieke aspect van toegankelijkheid.
  • 60 % van de jeugdverenigingen geeft aan ervaring te hebben met jongeren met beperking. Het gaat vooral om jongeren met cognitieve, psychische, maar ook motorische en tijdelijke beperkingen.
  • Jeugdverenigingen weten vaak niet hoe ze toegankelijkheidsverbeteringen moet aanpakken in het gebouw.
  • Jeugdverenigingen geven de voorkeur aan een website met concrete tips

 

Krachtlijnen onderzoek

Uit vorig onderzoek (onder andere het jeugdbewegingsonderzoek) blijkt dat de infrastructuur van de jeugdsector niet altijd even toegankelijk is. Met dit onderzoek wil de afdeling Jeugd meer informatie krijgen en verspreiden over wat integrale toegankelijkheid in de jeugdsector juist inhoudt. Verder wil ze concrete tips en voorbeelden aanbieden rond toegankelijk bouwen, verbouwen en beheren van infrastructuur. Tot slot wil de afdeling Jeugd op basis van het onderzoek criteria uitwerken die bij nieuwe subsidielijnen kunnen worden aangewend.

De opdracht bestond daarom uit drie onderdelen:

  1. Bepalen van integrale toegankelijkheid voor jeugdhuizen, jeugdbewegingslokalen en lokalen van werkingen voor maatschappelijk kwetsbare jongeren en dat vertalen in praktische richtlijnen en tips
    Aan de hand van plaatsbezoeken, gesprekken met relevante beleidsactoren en actoren uit het middenveld en de praktijk, gesprekken met diverse gebruikers, wordt het begrip integrale toegankelijkheid binnen de jeugdsector gedefinieerd. Die analyse wordt vertaald in concrete richtlijnen en tips voor eigenaars, beheerders en gebruikers van infrastructuur. Dat gebeurt op drie niveaus: voor nieuwbouw en grondige renovatie, voor beperkte renovatie, en voor kleine, budgetvriendelijke aanpassingen. Gezien er een grote variatie is in infrastructuur en werkingen, zal het onderzoek zich focussen op een representatief staal van de bestaande Vlaamse jeugdhuizen, jeugdbewegingslokalen en lokalen van werkingen voor maatschappelijk kwetsbare jongeren.

  2. Identificeren van goede voorbeelden
    De onderzoekers speuren naar goede voorbeelden in het veld, stellen een lijst van goede voorbeelden samen (eventueel opgesplitst per onderdeel) en ondersteunen die met visueel materiaal.

  3. Bepalen van een set van criteria voor toekomstige subsidielijnen
    Op basis van het onderzoek wordt een set van criteria opgesteld. De Vlaamse overheid en de lokale overheden kunnen die set gebruiken wanneer ze in de toekomst nieuwe regelgeving rond infrastructuursubsidies willen opmaken.