Subsidies
Lokaal jeugdbeleid Landelijk georganiseerde jeugdverenigingen Cultuureducatieve verenigingen Verenigingen informatie en participatie Politieke jongerenbewegingen Experimentele projecten Projectoproepen Jeugdhuizen Internationale projecten Jeugdverblijfcentra Brede school Organisaties kansengroepen Grootschalige jeugdevenementen Verenigingen met bijzondere opdracht Tewerkstelling
Kadervorming en attesten Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid Kinderrechten Internationale samenwerking Uitleendienst Kampeermateriaal Begroting Onderzoek Beleidsdocumenten Fiscale aftrek kinderopvang Publicaties Parlementaire vragen en initiatieven

Internationaal niveau

Zowel bij de Verenigde Naties, de Raad van Europa als de Europese Unie verlopen de beleidsagenda’s jeugd en kinderrechten zo goed als volledig gescheiden. In dit luik focussen we daarom op de agenda’s kinderrechten.



Verenigde Naties

De Verenigde Naties vormen het internationale platform bij uitstek voor overleg en opvolging van en toezicht op de naleving van over de rechten van het kind. Reden daarvoor is uiteraard het VN-verdrag inzake de rechten van het kind en de bijhorende facultatieve protocollen.

Op basis van artikel 43 van het Kinderrechtenverdrag werd een Comité voor de Rechten van het Kind opgericht, dat toeziet op de vooruitgang die de lidstaten maken bij de nakoming van de aangegane verplichtingen. Het comité bestaat uit achttien deskundigen. Het toezicht gebeurt hoofdzakelijk op basis van een periodieke rapportage. Recentelijk werd ook een klachtenprocedure ingevoerd.


Periodieke rapportage

Het Kinderrechtenverdrag bepaalt dat iedere verdragsstaat moet rapporteren over de implementatie van het verdrag: de eerste keer twee jaar na de ratificatie van het verdrag en vervolgens elke vijf jaar (art. 44).

De facultatieve protocollen bij het verdrag bevatten een gelijkaardige rapportageverplichting, namelijk twee jaar na de ratificatie, maar de volgende rapporten moeten geïntegreerd worden in de periodieke rapportage over het verdrag.

Vóór het periodieke landenrapport in publieke zitting wordt besproken, nodigt het comité de middenveldorganisaties uit om hun bevindingen aan het Comité over te maken. Dat is de zogenaamde alternatieve rapportage. Vervolgens stelt het Comité een 'list of issues' op, waarin aan de lidstaten wordt gevraagd om bijkomende informatie aan te reiken ter voorbereiding van de publieke bespreking. Na de verdediging en toelichting van het rapport formuleert het Comité haar 'concluding observations' of slotbeschouwingen.

Rapporten en slotbeschouwingen

Alle documenten die verband houden met het rapportageproces, zijn te raadplegen op de website van het Comité voor de Rechten van het Kind in de talen van de VN. Het eerste, tweede en gecombineerde derde en vierde periodiek rapport van België werden besproken tijdens respectievelijk de 9de sessie (1995), 30ste sessie (2002) en 54ste sessie (2010) van het Kinderrechtencomité.

Op de website van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind zijn bijna alle rapporten, evenals de bijhorende slotbeschouwingen, ook in het Nederlands te raadplegen.

De recentste rapporten zijn de volgende:

Deze werden goedgekeurd door de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind (NCRK). De Vlaamse bijdrage werd gecoördineerd door de afdeling Jeugd en geagendeerd op de Vlaamse Regering. De Belgische rapporten werden ook door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Zo werden de stemgerechtigde vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering in de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind gemandateerd om deze goed te keuren.

België verdedigde beide rapporten bij het Kinderrechtencomité op 2 juni 2010. De coördinator Kinderrechten (afdeling Jeugd) maakte deel uit van de Belgische delegatie.

Daarop bracht het Comité op 11 juni 2010 volgende slotbeschouwingen uit:


Klachtenprocedure

Het klachtenprotocol bij het Kinderrechtenverdrag voorziet in drie klachtenprocedures.

Individuele klachtenprocedure

Het klachtenprotocol laat kinderen en jongeren, rechtstreeks of via hun vertegenwoordigers, toe om schendingen van hun rechten, vastgelegd in het Kinderrechtenverdrag en in de eerste twee facultatieve protocollen (kinderhandel en kindsoldaten) voor te leggen aan het VN-Kinderrechtencomité. Voorwaarde is dat de interne rechtsmiddelen uitgeput zijn. Het Comité stelt bij de behandeling van deze klachten het belang van het kind voorop.

De klachtenprocedure werkt in verschillende stappen. Het Comité informeert het land in kwestie over de klacht, op voorwaarde dat de klacht ontvankelijk is. Het land krijgt tijd om te reageren en eventueel te verduidelijken welke acties het ondernomen heeft. Daarna probeert het Comité te bemiddelen. Lukt dat niet, dan maakt het Comité zijn aanbevelingen over aan het land, dat op haar beurt aan het Comité rapporteert over de manier waarop het de situatie van de klager(s) zal verbeteren.

Tussenstatelijke klachtenprocedure

Daarnaast voert het klachtenprotocol, volledig parallel met de andere mensenrechtenverdragen, ook een tussenstatelijke klachtenprocedure in, waarbij een klacht kan uitgaan van een lidstaat tegen een andere.

Onderzoeksprocedure

Als het Comité betrouwbare informatie ontvangt over het feit dat een verdragspartij zich schuldig zou maken aan ernstige of systematische schendingen van de rechten, kan het die staat uitnodigen om samen te werken bij het onderzoeken van die informatie.


Andere initiatieven vanuit de VN

Het Wereldactieplan 'A world fit for children' (aangenomen door de bijzondere zitting van de algemene vergadering in 2002 - Special Session on Children, New York, 2002) bevat engagementen van de lidstaten van de VN voor de periode tot 2012, waaronder de opmaak en uitvoering van een nationaal actieplan. Vlaanderen vertaalde dat engagement in een Vlaams Actieplan Kinderrechten (2004). Het VAK 2004 geeft ook uitvoering aan de concluding observations of slotbeschouwingen van 2002. Het VAK 2004 werd geïntegreerd in het Nationaal Actieplan voor Kinderen (2005).

Rapportages in het kader van andere verdragen aan andere toezichthoudende VN-comités kunnen ook betrekking hebben op de rechten van kinderen (burgerlijke en politieke rechten - economische, sociale en culturele rechten, gelijke kansen, handicap, …). Meer informatie over de VN-comités voor mensenrechten

Raad van Europa

Het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens (EVRM, 1950) en het Europees Sociaal Handvest (ESH, 1961) hebben ook voor kinderen en hun rechten een grote waarde. Het EVRM bevat geen specifieke bepalingen over kinderen. In zaken die door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beslecht worden, komen rechten van kinderen meer en meer aan bod. Het herziene Europees Sociaal Charter (1996) bevat twee bepalingen die uitsluitend handelen over rechten van kinderen. Het betreft artikel 7 (recht op bescherming) en artikel 17 (recht op sociale, wettelijke en economische bescherming). Een ander verdrag dat kan vermeld worden, is het Europees Verdrag ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (1987). Er zijn verder ook verschillende verdragen van de Raad van Europa die specifieke aspecten van rechten van kinderen regelen.

In 2006 ging de Raad van Europa van start met het programma 'Building a Europe for and with children'. Een dienst Kinderrechten staat in voor de coördinatie. Dat gebeurt aan de hand van de Strategie Kinderrechten, nu voor de periode 2012-2015. Prioriteiten van deze strategie zijn de bevordering van kindvriendelijke diensten, het elimineren van alle vormen van geweld tegen kinderen, het waarborgen van rechten van kinderen in kwetsbare situaties en de bevordering van kinderparticipatie.

In 2008 werd het Raad van Europa-netwerk van coördinatoren Kinderrechten opgericht. Zij vormen de verbinding tussen het programma van de Raad van Europa en het nationale niveau.

Ter voorbereiding van de nieuwe strategie 2016-2019 werd in 2014 bij de Raad van Europa een comité van experten opgericht. Voor de Vlaamse overheid is de coördinator Kinderrechten voor Vlaanderen (afdeling Jeugd) lid van het Comité.

Europese Unie

Voor kinderrechten is er een wettelijke basis terug te vinden in twee wetteksten van de Europese Unie, namelijk in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en in het Lissabonverdrag. Daarnaast is er ook een EU-agenda voor de rechten van het kind (2001-2014).

De drie grote lijnen van deze EU-agenda betreffen algemene beginselen, concrete EU-maatregelen voor kinderen op het vlak van kindvriendelijke justitie, ter bescherming van kwetsbare kinderen en over kinderen in het externe optreden van de EU en participatie en bewustmaking van kinderen.

Binnen de DG Justitie is er een cel Kinderrechten, onder leiding van de coördinator Kinderrechten, die de rechten van het kind opvolgt binnen de Europese Commissie. Deze dienst heeft inderdaad een coördinerende rol op het vlak van kinderrechten tussen de diensten van de Europese Commissie. Ze brengt de voornaamste stakeholders (gouvernementele en niet-gouvernementele) samen op het Europees Forum voor de Rechten van het Kind. Ze laat zich adviseren door experten van de EU-lidstaten, waaronder de Belgische contactpunten. Deze experten worden door de Europese Commissie bijeengebracht in de 'Informal Member State expert group on the rights of the child'.

De Europese Commissie liet in de verschillende talen van de EU een website ontwikkelen over kinderrechten voor kinderen en jongeren beneden 18 jaar. Nederlandstalige website