Subsidies
Lokaal jeugdbeleid Landelijk georganiseerde jeugdverenigingen Cultuureducatieve verenigingen Verenigingen informatie en participatie Politieke jongerenbewegingen Experimentele projecten Projectoproepen Jeugdhuizen Internationale projecten Jeugdverblijfcentra Brede school Organisaties kansengroepen Grootschalige jeugdevenementen Verenigingen met bijzondere opdracht Tewerkstelling
Kadervorming en attesten Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid Kinderrechten Internationale samenwerking Uitleendienst Kampeermateriaal Begroting Onderzoek Beleidsdocumenten Fiscale aftrek kinderopvang Publicaties Parlementaire vragen en initiatieven

Subsidievoorwaarden

Hostels en jeugdverblijfcentra moeten aan bepaalde decretale voorwaarden voldoen om voor subsidiëring in aanmerking te kunnen komen. Die voorwaarden liggen vast in het decreet en het uitvoeringsbesluit.

We geven hieronder een overzicht van de belangrijkste bepalingen uit de regelgeving.



 

Welke functie hebben hostels en jeugdverblijfcentra?

Hostels en jeugdverblijfcentra voorzien in een aan de doelgroep (jeugd) aangepaste en veilige verblijfsaccommodatie met overnachtingsmogelijkheid. Ze bestaan uit een of meer gebouwen die een eenheid vormen. Kinderen en jongeren kunnen er terecht voor vormende en ontspannende activiteiten, hetzij individueel, hetzij in verenigingsverband.

Wat zijn de algemene subsidiëringsvoorwaarden?

  • Het centrum moet in zijn werking de principes en de regels van de democratie aanvaarden en het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind onderschrijven en naleven.
  • Het centrum moet zijn secretariaat en uitbating hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
  • Alle gegevens die verband houden met de uitbating en de subsidiëringsvoorwaarden, moeten in het Nederlands voorhanden zijn op het secretariaat en ter beschikking zijn voor onderzoek door de administratiet.
  • Het centrum moet op zelfstandige wijze de financiën beheren en het eigen beleid bepalen, wat inzonderheid moet blijken uit het feit dat ze:
    1. hun werk zelf bepalen en uitvoeren
    2. over een eigen post –of bankrekening beschikken
    3. diensten verlenen in eigen naam
    4. de bevoegdheden die wettelijk toekomen aan de algemene vergadering of aan de raad van bestuur, niet overdragen aan een derde.
  • Het centrum moet de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de uitbaters, de eventuele vereniging met haar leden, medewerkers en deelnemers aan de door haar georganiseerde activiteiten door een verzekering laten dekken.
  • Het centrum moet de rechtspersoonlijkheid hebben van een vereniging zonder winstoogmerk of moet een gemeentelijk intern verzelfstandigd agentschap zijn, zoals omschreven in Titel VII, hoofdstuk I van het gemeentedecreet van 15 juli 2005. In het laatste geval moet het beheer van een jeugdverblijfcentrum als taak in het het oprichtingsbesluit van het intern verzelfstandigde agentschap opgenomen zijn.

Wat zijn de specifieke subsidiëringsvoorwaarden per type jeugdverblijfcentrum of hostel?

Afhankelijk van de voorwaarden waaraan de hostels en jeugdverblijfcentra op infrastructureel vlak voldoen, worden ze ingedeeld in type A, B, C of hostel. Die indeling gebeurt door Toerisme Vlaanderen op basis van het decreet Toerisme voor Allen.

Om gesubsidieerd te worden en te blijven als jeugdverblijfcentrum of hostel moet elk centrum:

  • erkend zijn in het kader van het decreet Toerisme voor Allen en beschikken over een minimale erkende overnachtingscapaciteit voor ten minste veertig personen
  • jeugdverblijfcentra moeten jaarlijks minstens 70 procent overnachtingen voor jeugd realiseren, hostels jaarlijks 50 procent overnachtingen jeugd
  • voor jeugdverenigingen een voorrangsboekingsperiode van minstens zes maanden voor elke vakantieperiode voorzien
  • voor jeugdverenigingen een substantieel lagere prijscategorie vastleggen
  • toegankelijk zijn gedurende minstens 50 dagen in de maanden juli en augustus en per jaar tenminste 1 000 overnachtingen voor jeugd realiseren.

Centra van het type C of hostels moeten bovendien:

  • ten minste 200 dagen per jaar open zijn, waarvan 80 vakantiedagen
  • ten minste 2 000 overnachtingen voor jeugd realiseren per jaar, waarvan 1 000 buiten de maanden juli en augustus
  • als het om een jeugdverblijfcentrum gaat, per jaar ten minste 10 jeugdverenigingen ontvangen die minstens 1 nacht verblijven.

Welke subsidies kan men krijgen?

Naargelang van het type centrum kan een werkings- en/of een personeelssubsidie worden toegekend.

Werkingssubsidie

Alle hostels en jeugdverblijfcentra van het type A, B en C die aan de algemene en specifieke subsidiëringsvoorwaarden van het decreet voldoen, kunnen een werkingssubsidie krijgen.

Werkingssubisidie voor jeugdverblijfcentra van het type A en B
De werkingssubsidie voor de jeugdverblijfcentra van het type A en B wordt berekend op basis van het aantal gerealiseerde overnachtingen voor jeugd en bedraagt maximaal 2 000 euro voor centra van het type A en 3 000 euro voor centra van het type B.

Werkingssubisidie voor jeugdverblijfcentra van het type C en hostels
De werkingssubsidie voor jeugdverblijfcentra type C wordt bepaald op basis van het aantal overnachtingen van het jeugdwerk in elk centrum. De werkingssubsidie voor de hostels wordt berekend op basis van 50 procent van het totaal aantal gerealiseerde overnachtingen voor jeugd in elk hostel. De jaarlijkse werkingssubsidie bedraagt maximaal 11 500 euro.

Personeelssubsidie

Hostels en jeugdverblijfcentra van het type C die aan de voorwaarden voldoen en personeel terwerkstellen, kunnen een personeelssubsidie krijgen. De aanvraag bestaat uit een vierjaarlijkse beleidsnota. Uit die nota moet de noodzaak en de maatschappelijke meerwaarde van de inzet van personeel blijken.

Wat zijn de indiendata voor subsidieaanvragen?

Aanvraag werkingssubsidies

Aanvragen voor werkingssubsidies moeten vierjaarlijks worden ingediend, namelijk vóór 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de subsidieperiode. De afdeling Jeugd stelt hiervoor aanvraagformulieren ter beschikking.

Elk centrum dat (definitief of principieel) erkend is in het kader van het decreet Toerisme voor Allen, wordt om de vier jaar aangeschreven en ontvangt een aanvraagformulier, ongeacht of het centrum in het verleden al gesubsidieerd werd door de afdeling Jeugd. Tijdens de vierjarige subsidieperiode zullen de centra die nog niet instapten in het vierjaarlijkse subsidiesysteem, jaarlijks worden aangeschreven.

Beleidsnota personeelssubsidie

Jeugdverblijfcentra van het type C of hostels die in aanmerking willen komen voor een personeelssubsdie, moeten een vierjaarlijkse beleidsnota indienen vóór 1 april van het jaar dat voorafgaat aan de subsidieperiode. De beleidsnota wordt ingediend aan de hand van een leidraad die de afdeling Jeugd ter beschikking stelt.

De toekenning van een personeelssubsidie houdt ook automatisch de toekenning van het principiële recht op een werkingssubsidie in. Het principiële recht op een werkingssubsidie geldt ook voor de jeugdverblijfcentra type A en B die voldoen aan de subsidiëringsvoorwaarden, en die zich op hetzelfde domein bevinden als het jeugdverblijfcentrum van het type C of hostel dat de personeelssubsidie ontvangt. De aanvrager moet dat duidelijk op het aanvraagformulier vermelden.

Men kan jaarlijks instappen in het vierjaarlijkse systeem. De eerste beleidsperiode van de meeste reeds gesubsidieerde centra zal 2014-2017 zijn, maar het is perfect mogelijk om in een later jaar in te stappen. In dat geval is er wel een andere beleidsperiode van toepassing voor het centrum.

Hoe en wanneer wordt de subsidie uitbetaald?

Werkingssubsidie

De subsidie wordt jaarlijks uitbetaald in het jaar dat volgt op het werkingsjaar waarop de subsidie betrekking heeft. Daartoe moet de beheerder na afloop van het werkingsjaar een werkingsverslag bezorgen aan de afdeling Jeugd. Dat verslag moet jaarlijks vóór 1 februari worden ingediend.

Personeelssubsidie

De personeelssubsidie wordt toegekend in de vorm van een financieringsenveloppe met een maximum van 25 000 euro per toegekend voltijds equivalent. Als de loonkost minder bedraagt dan 25 000 euro per voltijds equivalent, dan wordt de loonkost volledig gesubsidieerd, met inbegrip van brutoloon, eindejaarstoelage, vakantiegeld en werkgeversbijdragen.

De personeelssubsidie wordt jaarlijks in vier schijven uitbetaald: 22,5 procent per kwartaal. De resterende 10 procent wordt vóór 1 juli van het volgende jaar betaald, nadat het centrum een financieel verslag en een overzicht van de loonkosten heeft bezorgd aan de afdeling Jeugd. Die documenten moeten jaarlijks vóór 1 april worden ingediend. De afdeling Jeugd stelt hiervoor formulieren ter beschikking.

Wat wordt van de beheerder van het centrum verwacht nadat de subsidie is toegekend?

Vanaf het ogenblik dat het centrum een belofte van subsidiëring ontvangt, moet de beheerder een aantal verplichtingen naleven:

  • meewerken aan onderzoek door of namens de Vlaamse overheid
  • op alle informatiebronnen het logo 'met steun van de Vlaamse overheid' vermelden
  • een boekhouding voeren die controle op het gebruik van de subsidies mogelijk maakt
  • toestaan dat de afdeling Jeugd en het Rekenhof de werking en de boekhouding ter plaatse onderzoeken, mocht dat nodig zijn.

Wat is het verband met het decreet 'Toerisme voor Allen'?

Om gesubsidieerd te worden bij de afdeling Jeugd, moeten de hostels en de jeugdverblijfcentra erkend zijn in het kader van het decreet Toerisme voor Allen. Dat decreet voorziet een onderverdeling van de jeugdverblijven in twee verschillende categorieën: de jeugdverblijfcentra van type A, B en C en de hostels, afhankelijk van de voorwaarden waaraan de jeugdverblijven op infrastructureel vlak voldoen. De criteria zijn in het uitvoeringsbesluit bij het decreet geformuleerd. Op basis van dit decreet kunnen de jeugdtoeristische verblijven ook een betoelaging van infrastructuurwerken aanvragen om te voldoen aan de normen rond kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid.

Meer info:
Toerisme Vlaanderen
Rosita Goossens
T 02 504 04 02
@ rosita.goossens@toerismevlaanderen.be