Subsidies
Lokaal jeugdbeleid Landelijk georganiseerde jeugdverenigingen Cultuureducatieve verenigingen Verenigingen informatie en participatie Politieke jongerenbewegingen Experimentele projecten Projectoproepen Jeugdhuizen Internationale projecten Jeugdverblijfcentra Brede school Organisaties kansengroepen Grootschalige jeugdevenementen Verenigingen met bijzondere opdracht Tewerkstelling
Kadervorming en attesten Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid Kinderrechten Internationale samenwerking Uitleendienst Kampeermateriaal Begroting Onderzoek Beleidsdocumenten Fiscale aftrek kinderopvang Publicaties Parlementaire vragen en initiatieven

Historiek



Situatie vóór 2000

Tot het midden van de jaren tachtig beschikte de Vlaamse overheid over een "subsidieregeling voor experimenteel jeugdwerk". Die regeling was door de Vlaamse minister van Cultuur goedgekeurd op basis van een nota. Op basis van die regeling werden in het begin van de jaren zeventig bijvoorbeeld de jongereninformatie- en adviescentra gesubsidieerd. De cultuurpactwetgeving speelde daarin een belangrijke rol. Die bood immers de mogelijkheid om niet-decretaal geregelde subsidies toe te kennen als het gaat om experimentele projecten voor maximum drie jaar.

De regeling verloor in de jaren tachtig haar relevantie omdat vernieuwende initiatieven nogal wat ondersteuningskansen kregen binnen de intussen gecreëerde regelingen voor het regionaal jeugdwerk en voor het jeugdwerk met kansarme jeugd.

Nieuw subsidiereglement vanaf 2000

Bij de inwerkingtreding van de decreten op het lokaal en het proviniciaal jeugdwerkbeleid werden die regelingen echter opgeheven. Er moest dus een nieuw instrument komen waarmee nieuwe initiatieven die een aanvulling vormden op het Vlaamse jeugdwerklandschap, konen worden ondersteund. Het moest gaan om vernieuwende initiatieven ten voordele van de jeugd, die zich onderscheiden van de reeds bestaande op basis van thematiek, doelgroep, of methodiek, of een combinatie hiervan. Op 18 februari 2000 werd het "reglement voor het subsidiëren van experimenteel of vernieuwend jeugdwerk" ter kennisgeving aan de Vlaamse Regering voorgelegd.

Decretale verankering sinds 2002

In het Vlaamse Jeugdwerkbeleidsplan 2000-2004, dat op 15 december 2000 door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd, staat over het reglement onder andere het volgende te lezen: "Het sinds februari 2000 vigerende reglement voor het subsidiëren van experimenteel of vernieuwend jeugdwerk wordt permanent geëvalueerd en desgevallend ten laatste in 2002 in een decreet of een besluit van de Vlaamse regering gegoten". Op 29 maart 2002 werd het decreet op het Vlaamse jeugdbeleid door de Vlaamse Regering bekrachtigd. Daarin werden de nieuwe regels vastgelegd voor de subsidiëring van het landelijk jeugdwerk, de jeugdinformatie-, communicatie- en inspraakprojecten, de jeugdculturele initiatieven, de internationale projecten, Jint, het Steunpunt Jeugd, de Jeugdraad voor de Vlaamse Gemeenschap en ook van het experimenteel jeugdwerk.

Jeugdbeleidsplan 2006-2009 leidt tot nieuw decreet

In het tweede Vlaams jeugdbeleidsplan 2006-2009 werd de wijziging van het decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid aangekondigd. Twee decreten moesten worden samengevoegd:

  • het decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid, zoals gewijzigd bij decreet van 8 juli 2005
  • het decreet van 15 juli 1997 houdende de instelling van het kindeffectrapport en de toetsing van het regeringsbeleid aan de naleving van de rechten van het kind.

Op 18 juli 2008 werd het decreet houdende het voeren van een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid bekrachtigd. Dat decreet voorziet vanaf 2010 in een projectsubsidie voor jeugdverenigingen die experimentele initiatieven opzetten.

Vanaf 2013: decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid

Op 1 januari 2013 trad het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid in werking.

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het het vorige decreet situeren zich vooral op de volgende vlakken:

  • De aanvrager moet een vzw zijn die voldoet aan een aantal basisvoorwaarden
  • Projecten worden opgezet op de volgende terreinen:
    • jeugdwerk
    • informatie aan of over de jeugd en beleidsparticipatie van de jeugd
    • cultuureducatie van de jeugd
  • Projecten kunnen tot 48 opeenvolgende maanden worden gesubsidieerd
  • Er is jaarlijks één indienronde.