Subsidies
Lokaal jeugdbeleid Landelijk georganiseerde jeugdverenigingen Cultuureducatieve verenigingen Verenigingen informatie en participatie Politieke jongerenbewegingen Experimentele projecten Projectoproepen Jeugdhuizen Internationale projecten Jeugdverblijfcentra Brede school Organisaties kansengroepen Grootschalige jeugdevenementen Verenigingen met bijzondere opdracht Tewerkstelling
Kadervorming en attesten Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid Kinderrechten Internationale samenwerking Uitleendienst Kampeermateriaal Begroting Onderzoek Beleidsdocumenten Fiscale aftrek kinderopvang Publicaties Parlementaire vragen en initiatieven

Historiek



 

Situatie vóór 2000

Vóór 2000 beschikte de Vlaamse overheid niet over een instrument waarmee creatieve, artistieke ideeën van en voor jongeren konden worden ondersteund. Dat er wel degelijk nood is aan een dergelijk instrument, bleek reeds uit het regeerakkoord: "Jongeren, en in het bijzonder de niet-georganiseerde jongeren, moeten meer bij het beleid worden betrokken. Er wordt een specifiek jongerencultuurfonds opgericht dat als doel heeft onafhankelijke lokale of regionale initiatieven ter ontwikkeling van een eigen jongerencultuur te subsidiëren. Bij het beheer van dat fonds worden de jongeren maximaal betrokken."

Beleidsnota Jeugd en Vlaams Jeugdwerkbeleidsplan 2000-2004 leiden tot subsidiereglement

In de beleidsnota Jeugd 2000-2004 werd dit als volgt vertaald: "Wij erkennen alle uitingen van jeugdcultuur als potentiële kunstvormen. Nieuwe uitingen op het vlak van de beeldende kunsten, de letteren, de dans, de mode en de muziek zullen dan ook op hun relevantie en kwaliteit worden getoetst. Dit impliceert dat jonge gezelschappen en artiesten hierdoor voor subsidiëring binnen de bestaande reglementering in aanmerking komen. (…) Voor kinderen en jongeren die buiten de bestaande jeugdwerkvormen op een eigentijdse en positieve manier creërend, initiërend of organiserend actief willen zijn, wordt de oprichting van een jeugdcultuurfonds voorzien."

In het Vlaamse jeugdwerkbeleidsplan 2000-2004, dat op 15 december 2000 door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd, werd deze vorm van subsidiëring expliciet als doelstelling opgenomen: "Individuele jongeren of groepen van jongeren moeten de kans krijgen een cultureel project of evenement te organiseren. Hiertoe wordt een subsidiereglement i.v.m. artistieke producten en projecten door en voor jongeren in het leven geroepen. Dit reglement zal in de eerste 3 jaar regelmatig worden geëvalueerd en desgevallend ten laatste in 2002 in een decreet of een besluit van de Vlaamse regering worden gegoten".

Op 13 juli 2001 werd het subsidiereglement i.v.m. artistieke producten en projecten door en voor jongeren door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Op basis van dit reglement werden vanaf het najaar 2001 en in 2002 jeugdculturele projecten gesubsidieerd. Zoals voorzien in het Vlaamse jeugdwerkbeleidsplan, werd dit reglement, samen met tal van andere subsidieregelingen, in het voorjaar van 2002 in een decreet gegoten.

Decretale verankering sinds 2002

Op 29 maart 2002 werd immers het decreet op het Vlaamse jeugdbeleid door de Vlaamse Regering bekrachtigd. Daarin werden de nieuwe regels vastgelegd voor de subsidiëring van het landelijk jeugdwerk, het experimenteel jeugdwerk, de jeugdinformatie-, communicatie- en inspraakprojecten, de internationale projecten, Jint, het Steunpunt Jeugd, de Jeugdraad voor de Vlaamse Gemeenschap en ook van deze jeugdculturele initiatieven. Het hoofdstuk Jeugdcultuur bood tevens ruimte aan de ondersteuning van kunsteducatieve verenigingen voor de werking van één jaar.

De evaluatie van dit decreet leidde al in 2005 tot een aanpassing. Het decreet heette dan officieel het decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid zoals gewijzigd bij decreet van 8 juli 2005. Het kreeg, wat het luik jeugdcultuur betreft, verdere uitwerking met het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2005 houdende de subsidiëring van jeugdculturele en internationale initiatieven voor de jeugd. Met dit besluit kregen ook verenigingen zonder winstoogmerk, die de bevordering van de artistieke expressie door de jeugd, of de ontsluiting van het roerend of onroerend erfgoed ten behoeve van de jeugd tot doel hebben, de kans om een meerjarige subsidie aan te vragen.

Jeugdbeleidsplan 2006-2009 leidt tot nieuw decreet

In het tweede Vlaams jeugdbeleidsplan 2006-2009 werd de wijziging van het decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid aangekondigd. Twee decreten moesten worden samengevoegd:

  • het decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid, zoals gewijzigd bij decreet van 8 juli 2005
  • het decreet van 15 juli 1997 houdende de instelling van het kindeffectrapport en de toetsing van het regeringsbeleid aan de naleving van de rechten van het kind.

Op 18 juli 2008 werd het decreet houdende het voeren van een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid bekrachtigd. Dat decreet voorziet, wat jeugdcultuur en cultuureducatie betreft, de volgende subsidiemogelijkheden:

  • werkingssubsidies voor cultuureducatieve verenigingen. Een cultuureducatieve vereniging is een vzw die in hoofdzaak activiteiten opzet waarbij kinderen en jongeren, individueel of in groep, leren omgaan met artistieke expressiemogelijkheden of met vormen van erfgoed. De verenigingen kunnen een driejaarlijkse subsidie aanvragen, op basis van een beleidsnota.
  • projectsubsidies voor jongeren van 14 tot en met 25 jaar en voor verenigingen die een artistiek project of product realiseren.

Vanaf 2013: decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid

Op 1 januari 2013 trad het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid in werking.

Om te worden gesubsidieerd als cultuureducatieve vereniging moet een vereniging in hoofdzaak de volgende doelstellingen vervullen:

  • de artistieke creativiteit van de jeugd stimuleren
  • de jeugd de taal van de kunsten leren begrijpen en gebruiken.

Het decreet maakt bovendien een onderscheid tussen subsidiëring en erkenning.

  • Het systeem van subsidiëring is bedoeld als eenmalige opstapmogelijkheid naar een volwaardige erkenning. In beide gevallen ontvangt de vereniging jaarlijks een vaste basissubsidie.
  • Een vereniging die kiest voor subsidiëring, moet drie modules realiseren, een vereniging die kiest voor een erkenning, zes modules.
  • Zowel bij subsidiëring als bij erkenning kan een vereniging ervoor kiezen ook een beleidsnota in te dienen. In dat geval komt de vereniging in aanmerking voor bijkomende variabele subsidies.

Daarnaast kunnen aan de cultuureducatieve verenigingen die een werkingssubsidie ontvangen, ook projectsubsidies worden toegekend. Alleen projecten die inspelen op ontwikkelingen of opportuniteiten die niet konden worden voorzien bij het opstellen van de beleidsnota en die voor de vereniging een bijzonder karakter hebben, komen in aanmerking voor subsidiëring.