Subsidies
Lokaal jeugdbeleid Landelijk georganiseerde jeugdverenigingen Cultuureducatieve verenigingen Verenigingen informatie en participatie Politieke jongerenbewegingen Experimentele projecten Projectoproepen Jeugdhuizen Internationale projecten Jeugdverblijfcentra Brede school Organisaties kansengroepen Grootschalige jeugdevenementen Verenigingen met bijzondere opdracht Tewerkstelling
Kadervorming en attesten Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid Kinderrechten Internationale samenwerking Uitleendienst Kampeermateriaal Begroting Onderzoek Beleidsdocumenten Fiscale aftrek kinderopvang Publicaties Parlementaire vragen en initiatieven

Beleidsnota Jeugd 2014-2019

Prioritair inzetten op het jeugdverenigingsleven, meer aandacht voor inclusie en superdiversiteit in het jeugdwerk, investeren in bivakplaatsten, jeudverblijven en kampeermateriaal, meer ruimte voor het jeugdwerk om te spelen, te verkennen en te experimenteren. Dat zijn een aantal speerpunten in de beleidsnota Jeugd 2014-2019.

Beleidsnota Jeugd 2014-2019 (.pdf)

Bespreking in Vlaams Parlement

Op 20 november gaf minister Sven Gatz in de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media een toelichting over de beleidsnota Jeugd en de begrotingsonderdelen i.v.m. jeugd. Na de bespreking en toelichting dienden een aantal Vlaamse Parlementsleden nog een motie in over de in de commissie besproken beleidsnota Jeugd. In die motie vragen ze de Vlaamse Regering specifieke aandacht te besteden aan een aantal thema's en doelstellingen uit de beleidsnota.

Samenvatting

"Ons jeugdwerk leeft en staat sterk! Meer dan de helft van de 14- tot 30-jarigen heeft ooit deelgenomen aan activiteiten van een jeugdbeweging. In heel Vlaanderen, van het kleinste gehucht tot de grootstad, zijn op regelmatige basis meer dan vijfduizend jeugdverenigingen en –initiatieven actief. Al enkele jaren neemt het aantal leden van de jeugdbewegingen toe.

Deze rijkdom wil ik koesteren. Ik ben jarenlang actief geweest in het brede jeugdwerk en maar al te goed doordrongen van het belang en het nut van jeugdverenigingen en het jeugdwerk, voor de samenleving én voor de kinderen en jongeren zelf. Ze voelen zich sterker betrokken bij hun buurt, staan meer open voor andere meningen en hebben meer vertrouwen in anderen. En bovenal, ze vinden in hun jeugdclub of jeugdbeweging een plek waar ze zichzelf kunnen zijn. In mijn jeugdbeleid zal ik daarom prioritair inzetten op het jeugdverenigingsleven.

Ik zal een masterplan bivakplaatsen opstellen om het aanbod te verbeteren en de infrastructuur duurzamer te maken. Er blijven immers signalen komen dat de vraag het aanbod aan laagdrempelige bivakplaatsen overstijgt. In jeugdlokalen blijft de brandveiligheid een bijzonder aandachtspunt. De problematiek van de zonevreemde jeugdlokalen zal ik aanpakken met de ministers van Omgeving en Toerisme.

Ik zal blijven investeren in jeugdverblijfcentra. Ook voor de uitleendiensten van kampeermateriaal doe ik een inspanning. Tenten vormen voor jeugdverenigingen peperdure investeringen. Daarom doen veel verenigingen een beroep op de uitleendienst. Het aanbod aan seniors en patrouilletenten in deze dienst is altijd lager dan de vraag. Bovendien moeten jaarlijks versleten tenten uit dienst worden genomen. Daarom zal ik opnieuw investeren in de aankoop van seniors en patrouilletenten en zal ik ook werk maken van een betere dienstverlening, o.m. door een digitale dossierbehandeling in te voeren.

Jeugdwerk zonder vrijwilligers bestaat niet. Jeugdleiders moeten echter vooral bezig zijn met wat jeugdwerk voor kinderen en jongeren zo aantrekkelijk maakt: ze moeten hun creativiteit de vrije teugel geven en hun geestdrift overbrengen op kinderen en jongeren. En dankzij de ondersteuning van de landelijke structuren van het jeugdwerk dat o.a. kadervorming verstrekt, zullen ze ook leren organiseren, initiatieven nemen en in team werken. De overregulering, bijvoorbeeld bij het opzetten van een vzw-structuur of bij de organisatie van kampen en fuiven, werd al in kaart gebracht. Ik wil resultaat boeken bij het wegwerken van deze hinderpalen.

Hoewel het op weinig andere plaatsten in Europa steviger is ingeplant, slaagt het Vlaams jeugdwerk er ondanks jarenlange stimulerende maatregelen onvoldoende in om een evenwichtige participatie van bepaalde doelgroepen te realiseren: meisjes, jongeren met een beperking, jongeren met een lagere opleiding, of een migratie-achtergrond zijn ondervertegenwoordigd. Dat moet veranderen. En de aandacht voor de superdiversiteit die in Vlaanderen groeit en in Brussel en de steden al aanwezig is, wordt in mijn jeugdbeleid een prioritair aandachtspunt. In Vlaanderen heeft immers al één op vier kinderen een migratie-achtergrond, in Antwerpen zelfs meer dan één op twee. Ik zal een projectoproep lanceren om kleinschalige innovatieve experimenten op het werkveld, bijvoorbeeld rond inclusie of taalstimulering, te ondersteunen. En ik wil bijvoorbeeld door een dag van de diversiteit, de ontmoeting tussen verschillende groepen jongeren stimuleren. Daarnaast blijven de middelen voor experimenteel jeugdwerk en voor jeugdorganisaties gericht op maatschappelijk kwetsbare jongeren bestaan.

In steden, centra en zelfs op het platteland staat het jeugdwerk in toenemende mate voor uitdagingen inzake ruimte. Jongeren hebben ruimte nodig om te spelen, om te verkennen, te experimenteren, zelfs om gewoon rond te hangen. En daar tegenover staat dat de tolerantie tegenover spelende en rondhangende kinderen en jongeren afneemt. Soms veroorzaakt dit inderdaad overlast. Met de federale overheid wil ik nagaan of de GAS-wetgeving niet in strijd is met het kinderrechtenverdrag. Kinderen en jongeren moeten de absolute vrijheid hebben om jong te zijn.

Ruimte kan bijvoorbeeld worden gewonnen door meer in te zetten op het gezamenlijk gebruik van school-, sport- en spelinfrastructuur. En door in de planning met deze ruimte voor jongeren rekening te houden. Ik wil immers inzetten op het label kindvriendelijke steden en gemeenten. Doel is zoveel mogelijk lokale besturen te motiveren om dit label te behalen. De kinderrechtenmonitor zal hierbij met onder meer een indicatorenset een nuttig instrument blijken. Ik zal de lokale besturen ook stimuleren om een goed jeugdbeleid te voeren door de prijs van meest kindvriendelijke gemeente van Vlaanderen uit te reiken.

Om het gemeentelijk jeugdbeleid gestalte te geven richtten veel gemeenteraden ook een jeugdraad op. Ik hecht veel belang aan een lokale jeugdraad. Het is dé plaats om van het lokale bestuur voldoende aandacht en steun af te dwingen voor de ondersteuning van de jeugd en jeugdorganisaties. Het is de plaats om inspraak te krijgen en te leren participeren aan het beleid. In de Vlaamse Jeugdraad wil ik een partner vinden om een breed gedragen jeugdbeleid uit te werken.

Als minister van Jeugd heb ik de horizontale bevoegdheid om mee de belangen van kinderen en jongeren te behartigen bij belendende beleidsterreinen als onderwijs of welzijn. Ik wil in het bijzonder de samenwerking versterken tussen het jeugdwerk, cultuur, sport en media. Ik zal met de minister voor Werk inzetten op een daling van de jongerenwerkloosheid. Met de minister bevoegd voor welzijn, volksgezondheid en gezin zal ik verder zoeken naar antwoorden op de stijgende zorgvragen in de jeugdhulp en aandacht besteden aan de hoge suïcidecijfers bij jongeren. En met de minister van Onderwijs zal ik onder meer initiatieven nemen inzake levenslang leren en proberen de ongekwalificeerde uitstroom uit het onderwijs terug te dringen. Omdat ik ook bevoegd ben voor Cultuur en Media zal ik ijveren voor meer deelname van kinderen en jongeren aan culturele activiteiten en maak ik een werkpunt van mediawijsheid, met een grotere focus op de digitale en sociale media. Ik zal onze jongeren en ons jeugdwerk proberen een sterkere internationale oriëntatie mee te geven.

Uiterlijk een jaar na het begin van een regeerperiode moet de Vlaamse Regering een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan voorleggen aan het Parlement, waarin het jeugd- en kinderrechtenbeleid voor de volgende vijf jaar wordt bekendgemaakt, met doelstellingen en resultaatsindicatoren over deze themata. Ik zal de trekker zijn van de implementatie van dit plan."

Sven Gatz
Vlaams minister Cultuur, Media, Jeugd en Brussel