Subsidies
Lokaal jeugdbeleid Landelijk georganiseerde jeugdverenigingen Cultuureducatieve verenigingen Verenigingen informatie en participatie Politieke jongerenbewegingen Experimentele projecten Projectoproepen Jeugdhuizen Internationale projecten Jeugdverblijfcentra Brede school Organisaties kansengroepen Grootschalige jeugdevenementen Verenigingen met bijzondere opdracht Tewerkstelling
Kadervorming en attesten Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid Kinderrechten Internationale samenwerking Uitleendienst Kampeermateriaal Begroting Onderzoek Beleidsdocumenten Fiscale aftrek kinderopvang Publicaties Parlementaire vragen en initiatieven

Historiek

 



 

Het Verdrag van Lissabon

Met het Verdrag van Lissabon is de Europese Unie een nieuw tijdperk binnengetreden. Het werd ondertekend in 2007 en brengt een aantal belangrijke veranderingen te weeg voor de werking van de Unie. Zo moet het de doeltreffendheid en de democratische legitimiteit van de Unie versterken en haar optreden samenhangender maken. De ratificering verliep niet van een leien dakje. Het Verdrag kon pas op 1 december 2009 in werkings treden.

Artikel 165.2

Jeugdzaken zijn een bevoegdheid van de Europese Unie. De juridische grondslag daarvoor is terug te vinden in art. 165.2 van het Verdrag van Lissabon. Dat bepaalt dat acties van de Unie gericht zijn op de bevordering van uitwisseling van jongeren en jongerenwerkers en de deelname van jongeren aan het democratische leven.

Eerste uitwisselingsprogramma voor jeugd

Binnen het hele gamma van Europese uitwisselingsprogramma’s werd begin jaren ’90 ook het Youth for Europe-programma opgestart, een uitwisselingsprogramma voor jongeren en jeugdwerkers. Het EVS-programma (European Voluntary Service) koppelde daar een sociale dimensie aan vast. Begin 2007 werd het nieuwe Europese jeugdprogramma "Jeugd in Actie" voor de periode 2007-2013 gelanceerd.

Het ontstaan van een politiek samenwerkingskader inzake jeugd

De samenwerking in het kader van de jeugdprogramma’s maakte deuren open naar een intensere politieke samenwerking.

Witboek Jeugd

Tussen mei 2000 en maart 2001 vond in de Europese Unie overleg plaats met duizenden Europese jongeren van uiteenlopende herkomst en met verenigingen die voor of met hen werken. In de lidstaten werkten de bevoegde ministers, de jeugdadministraties evenals de wetenschappers daar gedreven aan mee. Die dynamiek leidde op 21 november 2001 tot een witboek van de Europese Commissie en luidde het begin in van een nieuw Europees samenwerkingskader betreffende jeugdzaken.

Het witboek "Een nieuwe stimulans voor jongeren in Europa" (PDF) werd in november 2001 aangenomen en leidde een half jaar later tot een resolutie van de Raad over het Europese samenwerkingskader inzake jeugd (PDF). Dat samenwerkingskader berustte op twee belangrijke, elkaar aanvullende pijlers:

  • de toepassing van de open coördinatiemethode bij de thematische prioriteiten voor samenwerking rond jeugd. Die vier prioritaire thema’s, die het actieve burgerschap van jongeren moeten versterken, zijn:
    • informatie
    • participatie
    • vrijwilligerswerk
    • beter begrip en kennis van jongeren
  • een sterkere aandacht voor jeugdthema's in andere beleidsdomeinen, zoals onderwijs en vorming, bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat, werkgelegenheid, autonomie,…

Het hele samenwerkingskader steunde op een dynamisch beleid met een cyclus van bevraging, gemeenschappelijke doelen, ontwikkeling, uitvoering, vertaling in nationaal en regionaal beleid, rapportering, enzovoort. Zo werden rond de prioritaire thema’s gemeenschappelijke doelen geformuleerd en moesten de lidstaten rapporteren over de implementatie ervan.

Gemeenschappelijke doelen - resoluties
Rapporten

>> resolutie participatie en informatie (.doc)
>> resolutie vrijwilligerswerk (.doc)
>> resolutie beter begrip en kennis van jongeren (.doc)

>> rapport informatie (PDF)
>> rapport participatie (PDF)
>> rapport vrijwilligerswerk (PDF)
>> rapport beter begrip en kennis van jongeren (.doc)

Jeugdpact

In 2005 werd het Jeugdpact (PDF) aangenomen. Dat vormde een ander belangrijk instrument voor een betere sociale integratie van jongeren in de samenleving en het arbeidsproces. Het werd gezien als één van de instrumenten om de doelstellingen van de zogenaamde Strategie van Lissabon te helpen verwezenlijken.

De sleutelelementen van het Jeugdpact liggen op volgende terreinen:

  • werkgelegenheid, integratie en sociale promotie
  • onderwijs, opleiding en mobiliteit (o.a. erkenning niet-formeel leren)
  • afstemming beroeps- en gezinsleven
  • sterke en permanente mobilisatie van jongeren
  • succes = afhankelijk van betrokkenheid jongeren en hun organisaties

Om jongeren beter te betrekken, voerde de Commissie in 2007 het principe van de gestructureerde dialoog in. Dat wil zeggen dat Europa, in samenwerking met de nationale jeugdraden en de nationale autoriteiten van de verschillende lidstaten, de dialoog met jongeren aangaat over vooraf bepaalde thema's. Dat gebeurt zowel op lokaal, regionaal als op nationaal niveau.

Voorstel voor een nieuw samenwerkingskader

Het hierboven beschreven samenwerkingskader werd in 2009 afgerond en geëvalueerd. Op basis daarvan deed de Europese Commissie in april 2009 een Mededeling met een voorstel voor een nieuw samenwerkingskader